19 juni 2017 | Tekst: Martijn Plantinga | Beeld: Marin van Welzen | www.movemens.nl

 

Samenwerken en leren van elkaar

 

Eerder berichtten we over de nieuwe koers van de NAOMT. Uit verschillende bijeenkomsten met leden over de te volgen koers, kwamen twee nieuwe richtingen in beeld. Enerzijds moet meer samenwerking worden gezocht met andere beroepsgroepen in de eerste en tweede lijnszorg. Anderzijds is het wenselijk om een soort meester-gezel gedachte in het leven te roepen waarbij net-afgestudeerden meer praktische kennis op kunnen doen bij oudgedienden. We praten deze keer met Humbert Buur, NAOMT-lid van het eerste uur en initiator van het Rugpijnnetwerk Amsterdam.

 

Niet alleen vooral samenwerken binnen de eigen beroepsgroep, maar vooral ook op zoek gaan naar kruisbestuivingen met andere beroepsgroepen, dát is de uitdaging. Humbert Buur ziet hier een kans voor de NAOMT om meer inhoud toe te kunnen voegen aan de kennis van de beroepsgroep en daarbij het netwerk uit te kunnen breiden. Humbert is als orthopedisch manueeltherapeut werkzaam bij ‘Gezond in Zuid’, een paramedisch centrum in Amsterdam en één van de actieve leden van de NAOMT.

Een mooi voorbeeld van samenwerking met andere bloedgroepen is het Rugpijnnetwerk Amsterdam, een samenwerkingsverband tussen gespecialiseerde fysiotherapeuten, medisch specialisten en huisartsen in en rond Amsterdam. Zij zetten hun gezamenlijke kennis en expertise in om patiënten met (lage) rugklachten de beste zorg te bieden.

 

 

 

 

 

 

Samen met andere bloedgroepen

 

Humbert: “Drie jaar geleden hebben we vanuit een stichting het Rugpijnnetwerk Amsterdam opgericht. Het netwerk is opgericht vanuit de gedachte om wervelkolomproblemen te behandelen. We hebben in Amsterdam verschillende fysiotherapeuten en andere zorgaanbieders bij elkaar gekregen, die academische opleidingen in binnen- en buitenland hebben afgerond. De overeenkomst was: passie voor de rug. Het is mooi om hier als OMTer en lid van de NAOMT mijn bijdrage aan te kunnen leveren.”

 

In de stichting hebben behalve Humbert ook Jan Spits (gespecialiseerd in McKenzie), Maarten Melief (manuele therapie Maitland IMTA en bewegingswetenschappen VU) en Rogier Nelis (studeerde MMT aan de Curtin university bij o.a. Peter O’Sullivan in Australië) zitting. Inmiddels zijn er bij het rugpijnnetwerk 30 praktijken in en rond Amsterdam aangesloten. Humbert: ”Wij hebben het netwerk opgericht in samenwerking met orthopeden van het OLVG Oost en OLVG West, daar kwam in eerste instantie het verzoek vandaan. Zij wilden goede of eigenlijk betere behandelaars voor hun patiënten, want zij kregen te vaak mensen terug die bijvoorbeeld weer gemasseerd of anders behandeld moesten worden. We hebben de koppen bij elkaar gestoken en zeiden: als we wat willen doen, moet je het stads breed uitrollen. Iedere wijk of buurt moet minimaal een praktijk hebben die samenwerkt binnen het netwerk. Tot nu toe lukt dat heel goed.

 

Op zoek gaan naar kruisbestuivingen met andere

beroepsgroepen, dát is de uitdaging!’

 

Vaak komen mensen uit een opleiding en hebben ze vooral contact met soortgenoten. Dus te weinig met anderen. We hebben daarom afgesproken dat zij ook kennis moeten gaan maken met andere bloedgroepen. Om onderling kennis uit te wisselen. Zo ben je beter op de hoogte van wat anderen doen en gaan mensen ook denken: dát is interessant, hier wil ik meer van weten en wat mee doen.“

 

 

 

 

 

 

Aanpak van het rugpijnnetwerk

 

Bij de oprichting waren er twee prioriteiten. Er moest allereerst een organisatie worden neergezet waarbij huisartsen en specialisten (de verwijzers) de goed gekwalificeerde rugbehandelaars wisten te vinden. Daarnaast moest de communicatie tussen de behandelaars, vooral naar de ziekenhuizen (dat is het primaire doel) zo correct en duidelijk zijn, dat mensen die eigenlijk niet op de spreekuren van een specialist thuishoren, daar weg blijven. Humbert: “Er zat hier altijd veel ruis. Zo waren er veel patiënten met psychosomatische rugpijn op de poli van de orthopeden. Pijn die niet meer verklaard kan worden vanuit het bewegingsapparaat. Die mensen wil je daar eigenlijk weghouden. Omgekeerd hebben specialisten ook behoefte aan fysiotherapeuten die doen wat ze zeggen en een kwaliteit van behandeling geven waardoor bijvoorbeeld mensen met ernstige scoliose of mensen na ernstige rug- of nekoperaties behandeld worden volgens afspraken die gemaakt zijn met de specialist.“

 

Laat jezelf zien

 

Een van die afspraken die is gemaakt tussen de specialisten van het ziekenhuis en het Rugpijnnetwerk is bijvoorbeeld dat bij ernstige trauma’s als wervelfracturen de eerste 3 maanden geen fysio- of manueeltherapie wordt toegepast. Pas drie maanden na zo’n wervelfractuur ga je met oefentherapie weer kracht opbou wen in de spieren rond de wervelkolom. Humbert: “Dat soort afspraken zijn heel belangrijk.

 

Je ziet door het succes dat er in Nederland meerdere netwerken ontstaan. Wij werken bijvoorbeeld ook al samen met een netwerk Noord-Holland. Omdat we zo actief zijn en onze nek uitsteken, zien we dat in andere regio’s ook specialisten uit de tweede lijn samenwerken met fysiotherapeuten en manueeltherapeuten uit de eerste lijn. Als orthopedisch manueeltherapeut heb ik net als een aantal andere mensen binnen de NAOMT al jaren mijn nek uitgestoken om mensen transparant te laten zien wat we doen. Ik heb hier in Amsterdam voorgesteld om in het najaar een praktische bijeenkomst te plannen waarbij mensen uit onze opleiding, bijvoorbeeld Hans van de Berg, een presentatie gaan geven aan de hand van een casuïstiek. Dus we gaan de casus van een patiënt presenteren met onze daarbij behorende manieren van redeneren, de NAOMT-gedachte. Vervolgens demonstreren we direct een aantal technieken. Ik hoop dat anderen dat straks ook als format gaan gebruiken en hiermee hun praktisch handelen op scherp kunnen stellen.”

 

De bedoeling van dit soort bijeenkomsten is dat er verschillende onderwerpen worden behandeld. Dat kan een verhaal over McKenzie therapie zijn, maar ook een presentatie van iemand die een opleiding in Australië heeft gevolgd. Humbert: “Ik hoop dat anderen zich dan geroepen voelen om wat meer van zichzelf te laten zien en te laten horen.”

 

 

 

Leren van elkaar

 

Het gaat duidelijk om samenwerken; leren van elkaar. En niet: het één is beter dan het andere, de stammenstrijd van vroeger is verleden tijd. Humbert: “Door ons te houden aan de profielen die er liggen, bijvoorbeeld richtlijnen voor rugpijn, en door alle expertise te laten zien, demonstreren we wat we kunnen en wat we nog meer doen. Door onze ervaring en opleiding, kunnen we meer patiënten eruit pikken waarbij je ziet dat iets niet goed gaat. Bijvoorbeeld als het resultaat bij een patiënt ondanks oefenen uitblijft, of dat het herstel langer duurt dan verwacht. Dan is het leuk dat je een kwaliteitsnetwerk hebt met veel expertise, zodat je naar elkaar kunt verwijzen om het resultaat van een behandeling op een hoger plan te krijgen.”

 

“Veel opleidingen hebben niet meer de
vaardigheden om technieken te hanteren die
wij omschrijven als best practices”

 

De gedachte van Hans van de Berg, die vroeger de opleiding OMT verzorgde was altijd: ‘Kijk verder dan je neus lang is. Haal van alles wat er in de wereld te koop is, het beste binnen.’ Humbert: “Of dat nu vanuit de chiropractie komt, uit de ostheopatie of de methode Maitland, je kijkt gewoon wat je het beste kunt gebruiken als gereedschap om een patiënt te behandelen. Dát signaal willen wij naar voren brengen.”

 

 

 

 

 

Meester-gezelgedachte

 

Waarom de meester-gezelgedachte binnen de NAOMT? Humbert: “Wij voelen wat er leeft bij net-afgestudeerden. Dat veel opleidingen niet meer de vaardigheden hebben om technieken te hanteren die wij omschrijven als best practices. Op de huidige opleiding leren OMT-ers vooral de evidente technieken. Maat technieken die nog niet onderbouwd zijn, maar wel waardevol voor onze patiënten, krijgen ze vaak al niet meer mee. Dus waar wij naartoe willen met het meester-gezel model is dat we meer mensen, dan maar ná hun opleiding manueel therapie, willen uitnodigen om meer praktijkkennis op te doen. Dat zou Postacademiaal kunnen, om als het ware de stage die vroeger in onze opleiding zat, ná de opleiding te doen in een soort van fellowship.

De orthopeden waar we mee samenwerken in het OLVG (Altena en Kempen) kennen dat ook. Soms komt er een orthopeed uit een andere regio. Die komt dan 10 maanden lang met toppers uit het OLVG meelopen en mee-opereren en keert daarna weer terug naar zijn eigen ziekenhuis. Daar kan hij de expertise die hij heeft opgedaan zelf weer toepassen. Dat is eigenlijk precies wat wij ook graag zouden willen. Mensen laten meedraaien, laten zien dat er nog meer is dan alleen wat je op je opleiding hebt geleerd. En dat je in de toekomst, dat is het leuke als je met grote groepen gaat werken, je ook een onderbouwing van nog niet bewezen technieken kunt creëren.”

 

Nieuwe aanwas

 

Kijk je nu op foto’s van bijvoorbeeld de leden van de NAOMT, dan zie je nog teveel grijs haar, meent Humbert. “Al zien we er ook wel wat jongeren tussen zitten. Het leuke bij bijvoorbeeld onze laatste rugnetwerkbijeenkomst, was dat dit prikkelend werkte. Hier waren verschillende jonge fysiotherapeuten uit het OLVG bij. We hadden afgesproken met de orthopeden dat zij mensen zouden detacheren om mee te lopen met het spreekuur. De jonge garde vroeg: Kan ik dat zelf niet? Toen dacht ik: Ja, eindelijk gaan we de goede kant op, want het gaat erom dat vooral jonge mensen dit gaan oppikken.” De gedachte om vooral jongeren meer bij het vak te betrekken leeft erg bij de OMTers. In de opleiding, zo vinden ze, worden de studenten praktisch veel te weinig gevoed met zaken waarmee je ook lol in je vak houdt. Dat is een belangrijke drive die onder andere heeft geleid tot de leerling-gezel gedachte.

 

Humbert: “Het grootste probleem begint al bij de duur van de opleiding. In mijn tijd bij de SOMT was de opleiding vier jaar en bij de OMT was het ook vier jaar. Vanwege de stage had je soms zelfs enige maanden uitloop. Nu dat is teruggebracht naar drie jaar, zie je dat hier door de hoeveelheid studie-uren geen tijd meer voor is. Door de hoeveelheid tijd voor de wetenschap is er geen tijd meer voor heel veel praktische zaken. In mijn tijd liepen we 44 dagen stage waarvan 8 in de opleiding en de rest in praktijken. Dat is teruggebracht naar 6 dagen stage binnen de opleiding en niets meer daarbuiten. Wij zien in de opleidingstijd dus geen stagiaires meer in de praktijken. Dat betekent dat mensen afstuderen, een diploma krijgen, maar eigenlijk nog weinig kunnen.

 

Als je patiënt bent en je weet dat niet, dan denk je waarschijnlijk (op de voordeur staat dat iemand een manueeltherapie- diploma of zelfs een masterdiploma van een hogeschool of universiteit heeft): dat zal wel een hele goeie zijn. Maar in praktijk zijn het mensen die maar heel beperkt technieken kunnen toepassen, simpelweg omdat ze niet voldoende bagage hebben.”

 

 

 

 

Vanuit de NAOMT wil ‘de oude garde’ graag hun bagage overdragen aan de jongere generatie. Als het aan Humbert ligt zou er eigenlijk weer een vierde jaar aan de opleiding moeten worden gekoppeld. Nu heb je na het derde jaar je Bachelor en kun je het vierde jaar je Master halen, maar er is teveel aandacht voor de wetenschappelijke kant. Er zou iets bij moeten komen als een Postacademiale scholing om studenten de gelegenheid te geven om weer in een schoolse omgeving te leren.

 

Leden NAOMT kiezen voor nieuwe koers

 

Leden NAOMT kiezen voor nieuwe koers Onlangs presenteerde de NAOMT de plannen voor een nieuwe koers. Deze werden positief ontvangen. De term ‘gilde’ klinkt wellicht wat ouderwets maar waar het om gaat is kennisoverdracht. “Vroeger organiseerden we vanuit de OMT congressen. Sommige OMTers kwamen dan zelfs met een patiënt en stelden de vraag: wil jij er eens naar kijken? Als we bepaalde technieken laten zien, zeggen ze: waarom heb ik dat nooit geleerd? Vooral toen de opleiding van Delft naar Utrecht ging was er zoveel druk van die wetenschapsrichting dat zij dat ook niet meer gehad hebben. Eigenlijk zou er een soort praktijkstroom, zoals vroeger op de LTS, opgezet moeten worden binnen de opleiding. Voor mensen die verder willen gaan met praktijk, moet je dat best kunnen organiseren. Desnoods Postacademiaal. Wij kunnen heel leidend zijn in het verbeteren van de kwaliteit van behandelingen voor met name jonge therapeuten. Daar blijven we als OMT-ers voor knokken.”  

 

Meer info: www.naomt.nl

 

 

 

 

 

Humbert Buur

 

Eigenaar Gezond in Zuid

Humbert Buur is vanaf de oprichting lid van de NAOMT, een landelijk netwerk van orthopedisch manueel therapeuten, waarbij ongeveer 100 leden zijn aangesloten die gezamenlijk garant staan voor de behandelkwaliteit. De orthopedisch manueeltherapeut is een specialist op het gebied van diagnostiek bij en behandeling van stoornissen van het bewegingsapparaat. Zijn specifieke deskundigheid is gebaseerd op een postacademiale of postuniversitaire opleiding, waarvoor de opleiding fysiotherapie of geneeskunde de basis vormt. Humbert heeft tientallen jaren een eigen praktijk gehad in Amsterdam en samen met twee andere professionals in de fysiotherapie en manuele therapie, opende hij in 2011 ‘Gezond in Zuid’. In dit paramedisch centrum werkt een groot aantal paramedische zorgverleners met elkaar samen.  

Contact: Humbert Buur >>

 

 

 

 

 

 

Rogier Nelis

Eigenaar van Leefstijl Fysiotherapie & Training

“Door korte lijnen binnen het Rugpijnnetwerk en een transparante, uniforme aanpak streven wij naar een hoge kwaliteit rugzorg”

Contact Rogier Nelis >>

 

 

 

 

Jan Spits

Eigenaar van het Medisch Back en Neck Centrum in Amsterdam-Zuid en in Ouderkerk aan de Amstel

“Door mijn internationale McKenzie-opleiding en als mede-oprichter van het Rugpijnnetwerk weet ik dat samenwerking, zowel mono- als interdisciplinair, van het grootste belang is voor de optimale behandeling van patiënten met problemen aan de wervelkolom”   

Contact Jan Spits >>

 

 

 

 

 

Rugpijnnetwerk

Rugpijnnetwerk Amsterdam (www. rugpijnnetwerk.nl) is een samenwerkingsverband tussen gespecialiseerde fysiotherapeuten, medisch specialisten en huisartsen in en rond Amsterdam. Er is een intensieve samenwerking met de specialisten van OLVG Oost en OLVG West. Zij zetten hun gezamenlijke kennis en expertise in om patiënten de beste zorg te bieden. Om deze kwalitatief hoogwaardige zorg ook buiten het ziekenhuis te waarborgen volgt behandeling door de selecte groep gespecialiseerde fysiotherapeuten van het rugpijnnetwerk.

 

Samenwerking en communicatie tussen de verschillende zorgverleners is essentieel voor goede zorg. Bijeenkomsten, scholing en implementatie van afspraken zijn binnen het netwerk van essentieel belang om de samenwerking te laten slagen.