27 maart 2017 | Tekst: Martijn Plantinga | Foto: Sander Ruijg | www.movemens.nl

 

NAOMT gaat koers wijzigen

 

Ruim 25 jaar geleden werd de NAOMT (Nederlandse Associatie Orthopedische Manuele Therapie) opgericht met als voornaamste doel erkenning door de zorgverzekeraars. Nu, alweer een kwart eeuw later, is de NAOMT van plan om de koers te wijzigen. De associatie heeft weliswaar een grote groep trouwe leden, maar de laatste jaren blijft vooral de groep jonge therapeuten wat achter. Dat is een gemiste kans, vinden de ex voorzitter en huidige voorzitter Hans Heneweer en Hank Drewes van de NAOMT. “We moeten binnen ons vakgebied veel meer samenwerkingen zoeken. De net afgestudeerde (orthopedisch) manueeltherapeuten en de ‘ervaren rotten’ kunnen heel veel van elkaar leren. Het idee dat we voor ogen hebben lijkt op het ‘meestergezel’ principe, zoals we dat kennen van de gildes.” Hoewel het geen doel op zich is, kan het ledenaantal groeien, maar het gaat vooral om het delen van kennis en vaardigheden.  

 

Oprichting NAOMT

De belangrijkste reden voor de aangekondigde koerswijziging ligt deels in het verleden. Hans Heneweer was in 1991 één van de initiatiefnemers en tevens de eerste voorzitter van de NAOMT: “We hebben de NAOMT opgericht in 1991. Niet geheel toevallig. Toen de eerste manueel therapeuten in 1990 van de opleiding OOMT Delft kwamen, liepen we tegen het volgende probleem aan: We hadden de kennis en konden een goed product leveren, maar er was geen acceptatie noch financiering vanuit de zorgverzekeraars. Als het ging om acceptatie en erkenning liepen we steeds tegen een dichte deur aan bij de NVMT. Het werd tijd om de krachten te bundelen en dat hebben we gedaan met de oprichting van de NAOMT. Het doel was heel duidelijk. We wilden erkenning op sociaal maatschappelijk vlak en uiteraard ook serieus genomen worden door de zorgverzekeraars.” Hank: “Dat betekende dus ook dat we gebruik konden maken van vergoedingen.” Het werd een lang gevecht maar uiteindelijk volgde erkenning in 1996, toen de NVMT overstag ging en opname in het kwaliteitsregister volgde. Terugkijkend op die tijd was het voor beide heren een beetje pioniersfase. Toen de erkenning er eenmaal was, verdween opeens de gezamenlijke vijand. En de belangrijke pijler, erkenning op sociaal en maatschappelijk vlak viel opeens weg. Hoe nu verder?

 

 

 

 

 Hank Drewes, orthopedisch manueel therapeut, mede-eigenaar Motus en voorzitter NAOMT

 “Uitgangspunt bij de bijeenkomsten is enthousiasmeren.
Het moet bij de toekomstige gilde-bijeenkomsten gaan om brengen én halen.
Je eigen professionaliteit ter discussie durven stellen, wat betekent dat iedereen
zich kwetsbaar en open op moet stellen.”

 

 

Master erkend

Eigenlijk is de vraag ‘Wat is de meerwaarde van de NAOMT voor haar leden’ sinds die tijd een beetje blijven rondzingen binnen de NAOMT. ‘Moeten we ons in de toekomst meer op de inhoud gaan richten?’ ‘Moeten we ons meer focussen op het aantonen van onze exclusiviteit en zo ja, wat is die exclusiviteit dan’? Pogingen daartoe zijn er zeker geweest, o.a. in de opzet van een data-registratiesysteem. Maar als zo vaak: de wil is er maar de werkelijkheid is weerbarstig en resultaten blijven uit. Vanuit het verleden is er altijd veel binding geweest tussen de leden. De groep studenten van de opleidingen was altijd relatief klein, dus het ‘wij-gevoel’ en de herkenbaarheid was groot.

 Toen de opleiding overging in de Hogeschool Utrecht (2004) en ‘Master erkend’ werd, was de opleiding opeens onderdeel van een veel groter geheel. Er ontstond meer ruis en de binding werd wat minder. Hoewel de opleiding vanuit een cursorische- en kleinschalige organisatie onderdeel werd van het Hoger Onderwijs, had de overgang naar de Hogeschool Utrecht ook een keerzijde: er werd een deel van de identiteit ingeleverd. Waar afgestudeerden vroeger min of meer automatisch lid werden van de NAOMT, liep het aantal nieuwe leden opeens terug. Kortom, hoogste tijd om de NAOMT nieuw leven in te blazen. Zoals vermeld is er een vaste kern (zelfs veel leden van het eerste uur), maar de huidige tijd en de nieuwe ontwikkelingen vragen uiteraard ook om vers bloed. De koppen werden bij elkaar gestoken en in een stuurgroep werd getracht een antwoord te geven op de vraag welke rol de NAOMT moest vervullen en hoe er het beste kon worden samengewerkt. De samenwerkingen moesten zowel binnen de eigen beroepsgroep worden gezocht als in kruisbestuivingen met andere beroepsgroepen en specialisten.  

 

Hank: “We moeten allereerst een goede boodschap formuleren en misschien nog wel belangrijker, onszelf de vraag stellen: hoe bereiken we onze doelgroep, de afgestudeerden? Wat we de afgelopen jaren hebben geconstateerd is dat er veel behoefte bestaat aan praktische vaardigheden. Vaardigheden die ‘de oude garde’ als geen ander beheersen. Nu de opleiding onderdeel is van het Hoger Onderwijs, met allerlei profielen, is de studielast ook breder verdeeld. De academische component neemt veel tijd. Simpel gezegd betekent dit dat als er iets nieuws bijkomt in de opleiding, zal er ook iets af moeten. Wij zeggen weleens gekscherend: “ze weten meer, maar ze kunnen minder.”

 

Gilde-gedachte als rode draad

Hans: “Hiermee geef je eigenlijk al een soort antwoord op de vraag ‘Waarom NAOMT?’ Daar moeten we wat mee kunnen. Zeker met de ervaring en praktische vaardigheden die er binnen de NAOMT aanwezig zijn. De Masters die kersvers van de opleiding komen, hebben natuurlijk competenties waarmee de oude garde veel minder bekend zijn. Daarnaast heb je de ervaren krachten in het beroepsveld die je kunt zien als meesters. Zij hebben veel praktische bagage. Als we die groepen therapeuten nu eens kunnen koppelen zoals dat vroeger in de gildes gebeurde? De Masters halen praktische kennis bij de meesters. Een soort meester-gezel-constructie. We hebben in de opleiding duidelijk vakinhoudelijke kennis ingeleverd. Daar kunnen we mooi op inspelen. Je ziet bijvoorbeeld ook bij stagiairs dat ze heel hongerig zijn.” Hank: ”De verwachting van een student is vooral handelen. Je kiest voor een opleiding en wil vooral behandelen, praktische dingen leren. In de praktijk wordt er in mijn ogen soms teveel theoretische kennis gedoceerd. Zelfs de nascholing is theoretisch en consumptief. Dat wordt vooral veroorzaakt door de accreditaties. Je moet een bepaald aantal punten halen. Daar liggen kansen voor de NAOMT”

Hans vult aan: “Onze gilde-gedachte staat hier haaks op. Daarom gaan we mensen aanspreken op die gilde-gedachte. Het idee van een meesterschap. Daarnaast zien we ook mogelijkheden in samenwerkingen buiten onze eigen beroepsgroep, geheel in lijn met de organisatie van de zorg anno nu. Dat gebeurt natuurlijk al, maar dit kan op veel grotere schaal. Je ziet dat er veel complexe zorgvragen zijn waarbij verschillende kruisbestuivingen mogelijk zijn. Dat kan in de volle breedte zijn van de 1e en 2e lijns zorg, van generalist tot specialist, van care tot cure. We moeten niet te smal denken, maar de gilde-gedachte moet als soort van rode draad door de samenwerkingen lopen. Je kunt zeggen dat onze weg naar de toekomst een gildeschap is, rekening houdend met de actuele stand van de gezondheidszorg!”

 

 

 

 

 

Hans Heneweer, docent en senior onderzoeker Gezondheidszorg opleidingen
Hogeschool Utrecht en oudvoorzitter NAOMT

 “De kersverse Masters hebben natuurlijk competenties waarmee de oude garde
veel minder bekend zijn. De ervaren krachten in het beroepsveld hebben juist
veel praktische bagage. Als we die groepen therapeuten nu eens kunnen
koppelen zoals dat vroeger in de gildes gebeurde?”

 

 

 

Bijeenkomsten in het land

Hoe brengen we het aan de man? De nieuwe plannen vragen niet alleen veel van de huidige groep NAOMT-leden, maar om de plannen te doen slagen is het cruciaal dat de brede doelgroep wordt bereikt en overtuigd. Hank vertelt dat er al verschillende bijeenkomsten worden gehouden. Hans: “Dit zijn echt ontmoetingen op inhoud. En heel low profile en ongedwongen. We kijken veel naar best practices. Zo ontwikkelden NAOMT-leden Meine Veldman en Cecile Röst bijvoorbeeld een unieke behandelmethode voor het corrigeren van een zeer pijnlijk stuitje (coccygodynie) en voor bekkenklachten. Dit soort ontwikkelingen komen aan bod op onze bijeenkomsten. Leden hebben elkaar veel meer te bieden dan ze zelf denken.”

 

Het idee is dus een gilde voor specialisten in en rond het bewegingsapparaat. O.M.T.-ers, maar ook hun netwerk van specialisten waarmee wordt samenwerkt, worden gestimuleerd om samen over casuïstiek te praten, inhoudelijk te discussiëren en vooral ook gezamenlijk te praktiseren. Het idee is dat meerdere collegae over het land verspreid een groep geïnteresseerden naar zich toe trekken om gezamenlijk zaken op te pakken. Er kan bijvoorbeeld een OMT-onderwerp op inhoud worden beetgepakt, maar vooral in de breedte belicht vanuit verschillende disciplines en aanvullende gebieden.

Denk aan de netwerken met aanpalende specialismen en kennisdomeinen. De NAOMT biedt daarbij een format en raamwerk. Uitgangspunt bij de bijeenkomsten, vertelt Hank, is enthousiasmeren. “Het moet bij de toekomstige gilde-bijeenkomsten gaan om brengen én halen. Je moet je eigen professionaliteit ter discussie durven stellen, maar dat betekent ook dat iedereen zich kwetsbaar en open op moet stellen. Als NAOMT willen we het initiatief nemen voor bijeenkomsten en symposia met de gilde-gedachte, maar we hopen dat dit een beetje een sneeuwbaleffect veroorzaakt. Kruisbestuivingen tussen masters en meesters maar ook tussen (orthopedisch) manueel therapeuten en andere beroepsgroepen. De NAOMT moet straks alleen nog faciliteren. De rest moet uit het veld komen.” Hank is overigens zelf, net als een aantal andere leden, ‘Master’. Maar, zo benadrukt hij: “Je hoeft geen master te zijn om meester te wezen!”

Samenwerken op inhoud. Het komt regelmatig terug tijdens het gesprek. Net als brengen en halen. Hans: “Het werkt heel inspirerend om kennis te delen. Er zijn zoveel specialismen, maar het is zaak om die te ontschotten. Wij kunnen prima samenwerken met huisartsen, orthopeden, anesthesiologen… We zijn sowieso geen concurrenten en door het gildedenken blijf je het dichtst bij je eigen identiteit. Samenwerken met anderen, combinaties tussen ouderen en jongeren en allemaal als tweerichtingsverkeer! Het is weliswaar niet uniek, maar wel binnen de manueel therapie. Het gaat nu een keer niet om punten die je moet halen of verplichte bijscholingen. Ik hoop dat we onze achterban in beweging krijgen en dat er een soort flow ontstaat…” Kortom, de NAOMT zit alles behalve stil. De associatie bruist van de plannen. Momenteel wordt het gedachtegoed gedeeld met alle leden, die tevens worden uitgenodigd om mee te denken. Momenteel worden de plannen gepresenteerd en kunnen de leden zich uitspreken over de plannen. In de volgende fase zal de definitieve koers worden bepaald.  We houden u op de hoogte!

 

Over de NAOMT

De NAOMT is een landelijk netwerk van orthopedisch manueel therapeuten, waarbij ongeveer 100 leden zijn aangesloten die gezamenlijk garant staan voor de behandelkwaliteit. De orthopedisch manueel therapeut is een specialist op het gebied van diagnostiek bij en behandeling van stoornissen van het bewegingsapparaat. Zijn specifieke deskundigheid is gebaseerd op een postacademiale of postuniversitaire opleiding, waarvoor de opleiding fysiotherapie of geneeskunde de basis vormt. Patiënten kunnen bij de orthopedisch manueel therapeut terecht voor de behandeling van veel verschillende klachten. De orthopedisch manueel therapeut probeert daarbij de oorzaak achter de klacht op te sporen, dit doet hij zo nodig samen met andere specialisten. De behandeling kent een breed spectrum aan mogelijkheden, waarbij ook de patiënt zelf aan de slag moet.

 

Lid worden

Op dit moment kan iedereen die de opleiding OMT heeft gevolgd lid worden, maar het is de bedoeling dat hier verandering in komt. Het ‘gilde’ zal na goedkeuring bij de ALV ook openstaan voor leden vanuit andere opleidingen en disciplines. Leden krijgen korting bij verschillende cursussen, hebben de mogelijkheid voor een uniforme website en ontvangen het tijdschrift JOSPT. Daarnaast organiseert de NAOMT van tijd tot tijd symposia. Op de huidige agenda staat vooral het persoonlijk benaderen van de leden door een projectgroep (uitwerking gilde-gedachte) en reflectie. Vervolgens zal er veel worden geïnvesteerd in het ondersteunen van praktijken die volgens het gilde-idee gaan werken. 

 

Meer info:

www.naomt.nl

 

 

 

 

 

 

Meester-gezel-principe populair

 Het leerling-gezel-meester-principe kennen we vooral uit de Middeleeuwen, toen er nog veel gildes waren. De meester deelde zijn kennis en ervaring met een leerling, die vervolgens via ‘gezel’ kon opklimmen tot ‘meester’. Het ging daarbij vooral om ‘voordoen’ en ‘nadoen’.

Een gilde was een belangenorganisatie van personen met hetzelfde beroep. Vaak waren dat vooral de ambachten. In het gilde werd kennis en ervaring uitgewisseld. Nieuwe gildeleden werden opgeleid in het vak. Na een gedegen opleiding kon een leerling erkend worden als vakman met de titel gezel en uiteindelijk de titel ‘meester’ krijgen nadat hij de gilde- of meesterproef had gedaan. Het gilde behartigde de belangen van de gildeleden, en beschermde hen. Hoewel de traditionele gildes niet meer bestaan, zien we het principe van meester- gezelrelaties ook nog in de huidige maatschappij. Waar het voorheen vooral ambachten betrof, zien we het nu ook in bijvoorbeeld de horeca, waar toptalenten kunnen uitgroeien tot meesterkok, meestergastheer of wijnmeester. In het meester/ gezel-model leert de gezel de basis van het vak op school, maar wordt hij of zij uiteindelijk in de praktijk een meester. In sommige gevallen zijn er officiële meestertitels als bewijs van excellent vakmanschap.

Minister Jet Bussemaker pleitte enkele jaren geleden al voor ‘het meer zichtbaar worden van goed vakmanschap’. Zo breidde ze de meester-gezel formule al uit naar het beroepsonderwijs en wil ze dat dit principe ook in andere branches navolging krijgt.