27 maart 2017 | Tekst: Martijn Plantinga | Foto: Wim van IJzendoorn | www.movemens.nl

 

Peer reviews en intervisies: een kijkje in elkaars keuken

 

Er wordt binnen de fysiotherapie al jaren gediscussieerd over het begrip kwaliteit en hoe je dit nu eigenlijk zou moeten of kunnen meten. De beste manier om kwaliteit te stimuleren en te garanderen komt voort uit intrinsieke motivatie, maar vooral door te leren van elkaar, zo menen zowel Keurmerk Fysiotherapie als het KNGF. De therapeut moet kunnen reflecteren op het eigen handelen en in staat zijn de handelingen van een collega op een positieve wijze van feedback te voorzien. Om die mogelijkheid te bieden en praktijken bij elkaar te brengen, is het zaak om bijeenkomsten te organiseren of te faciliteren. Keurmerk noemt deze ‘peer reviews’, het KNGF ‘intervisies’, maar de strekking is hetzelfde: doordat de therapeut deelneemt aan een continu verbeterproces wordt de kwaliteit gewaarborgd en dat geeft meer garanties op het leveren van het brede begrip kwaliteit dan individuele uitkomsten of procesmetingen.  

 

Inmiddels hebben de eerste bijeenkomsten van Keurmerk en het KNGF plaatsgevonden. MoveMens sprak met twee coaches (Anne van der Wolf namens Het Gezonde Net voor Keurmerk en Edwin van de Broek namens Zorg1 voor KNGF) en twee praktijkeigenaren (Kees Bakker, Fysiofitness Bergambacht en Jos van Laarhoven, FysiGo: GTC FitWell Hilversum) die reeds een peer review volgden.  

 

Inzicht in kwaliteit

 Zowel voor de intervisies voor het KNGF als de peer reviews van Keurmerk hebben de coaches dezelfde opleiding gevolgd aan de HAN. Kort gezegd bestaat een peer review bijeenkomst uit een algemene presentatie van 1 uur over een onderwerp dat zelf door de groep gekozen is en dit wordt gevolgd door de bespreking van eigen casuïstieken met behulp van een video, waarin de therapeut die de video heeft gemaakt een hulpvraag heeft. Dit is een probleem of vraag waar hij advies van zijn collega’s over wil. Daarnaast worden EPD’s bekeken en van feedback voorzien. Jos: “Toen ik hier voor het eerst van hoorde was mijn eerste gedachte, wat nu weer? Het moge duidelijk zijn dat we naast onze kerntaak, behandelen, al meer dan voldoende werk erbij hebben. Denk alleen maar aan de administratie rompslomp. Maar nu we een bijeenkomst hebben bijgewoond, moet ik zeggen dat het me positief heeft verrast.” Anne begrijpt de scepsis: “Natuurlijk is de administratieve last al hoog. Zeker als je zoals Jos met een Plus-praktijk voor de hoogste kwaliteitsstatus gaat. Toch rees de vraag bij Keurmerk Fysiotherapie in hoeverre bijvoorbeeld dat Plus-predicaat nu écht iets zegt over de kwaliteit? Als je hier echt inzicht in wilt, zul je iets anders moeten doen. De peer reviews bieden op dat vlak meer mogelijkheden. Edwin sluit zich hierbij aan: “Ook het KNGF ontwikkelde een intervisiesystematiek en denkt hetzelfde. We hebben het allemaal over kwaliteit, maar het blijft moeilijk te vatten. Wat is kwaliteit nu eigenlijk? Om aan de hoogste norm van de zorgverzekeraar te voldoen zijn er audits, controles, de boekhouding, EPD’s… allemaal leuk en aardig, maar het zorgt voor een hoge administratieve druk. De algemene opinie is inmiddels: Laat kwaliteit aan de beroepsgroep zelf over! Laten we er samen naar kijken. Huisartsen doen bijvoorbeeld ook al jaren zelf aan intervisies.” 

 

 

 

Anne van der Wolf coach namens Het Gezonde Net voor Keurmerk:
“Als je écht inzicht wilt in kwaliteit,
zul je iets anders moeten doen.”
 

 

 

Als groep naar buiten treden

Kees kan zich hier helemaal in vinden. “Na al die jaren is er eigenlijk nog steeds geen eenheid. Het wordt hoog tijd dat we als fysiotherapeuten eens als één man naar buiten treden richting zorgverzekeraar en politiek. We spelen de zorgverzekeraars alleen maar in de kaart met al die verschillende partijen en initiatieven.” Anne: “Daar heb je wel een punt. Soms is hier weinig aan te doen en moet je wel mee, denk aan de splitsing van Achmea. Je hebt toch te maken met de verschillende zorgverzekeraars. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar de tandartsen, die zijn heel eigenwijs, maar als er echt iets belangrijks is, treden ze wel als één groep naar buiten. Overigens heb ik het idee dat dit bij de fysiotherapeuten ook steeds meer die kant op gaat. Een positieve ontwikkeling denk ik.” Terug naar het onderwerp. Ondanks alle (veelal verplichte) regeltjes en eisen, zien de praktijkeigenaren zeker de meerwaarde van de peer reviews. Beide hebben onlangs een bijeenkomst bijgewoond en zijn positief over de opzet en inhoud. ‘Het is boeiend om met gelijkgestemden te zitten. Iedereen dacht een beetje hetzelfde. Al die audits en verslaglegging… Laten we het nu eens hebben over klantvriendelijkheid! En praten over inhoudelijke zaken in plaats van over administratieve rompslomp. De opzet met zelfgemaakte filmpjes is erg goed. Dit doen we liever dan achter de computer veldjes aanvinken…’  

 

Hoe zien de bijeenkomsten eruit?  

 

De kern van de peer review of intervisie systematiek wordt gevormd door een groep van zes tot acht personen, van minimaal twee verschillende praktijken. Er vinden drie of vier bijeenkomsten per jaar plaats. Het KNGF hanteert een cyclus van twee bijeenkomsten met dezelfde therapeuten. Daarna kun je als groep verder gaan, maar ook weer wisselen. Bij Keurmerk blijven de groepen in principe twee jaar bij elkaar. Tijdens de bijeenkomsten staan verschillende onderwerpen op het programma: Er wordt eerst kennisgemaakt, zeker als het een nieuwe groep betreft. Hierbij komen onder andere patiëntenprofielen aan bod en er worden achtergronden, opleidingen en interesses besproken.

Vervolgens kunnen afspraken worden gemaakt over het vervolgtraject. Om het klinisch handelen te verbeteren heeft iedere deelnemer een filmpje opgenomen, waar samen met de ‘peers’ naar wordt gekeken. De therapeut kan de video zelf toelichten en tevens een hulpvraag formuleren. De case wordt gezamenlijk besproken zodat de therapeut feedback krijgt vanuit verschillende invalshoeken en voor zichzelf verbeterpunten kan formuleren. De opzet van de vervolgbijeenkomst is in grote lijnen hetzelfde.

Wederom is er ruimte voor casuïstieken die zijn ingebracht door de deelnemers. Bij Keurmerk kan daarnaast het eerste uur worden gevuld met een gezamenlijk thema. Dit kan een persoonlijke interesse van de deelnemers zijn, maar ook een externe expert die een korte lezing geeft, waarna interactief wordt gediscussieerd. Bij het KNGF worden alle verbeterplannen gemonitord waarna de feedback wordt teruggekoppeld naar de praktijken. Bij

Keurmerk wordt er nog een latere bijeenkomst aan het einde van het jaar georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst worden de individuele data besproken met de peers en vergeleken met de benchmark. Naar aanleiding hiervan wordt een POP formulier ingevuld voor het nieuwe jaar.  

 

 

 

Edwin van de Broek, coach namens Zorg1 voor KNGF:
“Uiteindelijke gaat het om duurzaam resultaat.
Juist dat moet meetbaar worden.”

 

 

 

Meetbaar resultaat

Wat tot nu al opviel tijdens de bijeenkomsten, is dat ook het traject van behandelen duidelijker werd. Soms zie je in een dossier dat er in een behandeling opeens een hele andere richting in het traject wordt ingeslagen. Voor een externe is dit niet altijd te begrijpen. Het is zaak om dat wel goed vast te leggen. Wat is er precies gebeurd? Je kunt de groep therapeuten verdelen in twee groepen. De ene heeft veel aandacht voor het dossier en registreert alles netjes.

De ander doet zijn werk ongetwijfeld net zo goed, maar de verslaglegging is minder. Kees herkent dit fenomeen: “Ik ken collega’s die een broertje dood hebben aan dossiervorming en verslaglegging, maar wel heel goed in hun vak zijn. Uiteindelijk gaat het volgens mij om het redeneren! En niet om de vraag of het lichtje op groen gaat…” Soms lijkt het inderdaad of het groene lichtje een doel op zich lijkt te worden, en dat is geen goede zaak. Maar dat is nu juist één van de redenen dat de peer reviews in het leven zijn geroepen.

Wat moeten we weten van de patiënt voor een optimale behandeling? Een dossier moet dusdanig zijn dat iemand anders het, denk aan vervanging bij ziekte, zo over kan nemen. Aan het eind van een traject moet je de vraag ‘wat was je doel?’ positief kunnen beantwoorden en invullen. Het resultaat moet meetbaar zijn met meetinstrument(en). Jos: “Inderdaad. Een goede overdracht voor je collega’s en transparantie voor de zorgverzekeraars. Dáár gaat het om.” Kees meent dat dit inderdaad zo zou moeten, maar benadrukt dat het initiatief wel bij de beroepsgroep moet liggen. “Wij moeten laten zien aan de zorgverzekeraars: zó doen we het. En niet andersom!”  

 

Sparren

 

In de intervisies die Edwin geeft namens het KNGF gebeurt feitelijk hetzelfde. “Het denkproces is belangrijk. We merken dat veel therapeuten graag willen sparren. Bijvoorbeeld bespreken hoe collega’s bepaalde aandoeningen aanpakken. Het filmpje bij de intake gaat ook over behandelniveau. Zo kunnen we vooraf al afspreken dat we een bepaald thema gaan behandelen en groepen gaan samenstellen op basis van specialisaties of interessegebieden.” Anne: “Ook bij ons bepaalt de therapeut die een casus bespreekt zelf de hulpvraag en krijgt hij feedback en tips van collega’s. Dat wordt erg gewaardeerd. We maken groepen op basis van interesses en specialismen. Dat kan een groep schouderspecialisten zijn, maar ook de lage rug of de nek kan het centrale thema zijn. Uiteraard moeten we altijd aan de kwaliteitsnorm blijven voldoen, maar de gedeelde interesse is erg prettig.”

 

 

 

Kees Bakker, Fysiofitness Bergambacht:
“Wij moeten laten zien aan de zorgverzekeraars: zó doen we het.
En niet andersom!”
 

 

 

De case bij een peer review of intervisie komt altijd letterlijk uit de praktijk. Met echte patiënten en echte vraagstukken. Het is dus geen rollenspel. Het toestemming vragen aan de patiënt blijkt in de gevallen van Kees en Jos geen problemen op te leveren. De eerste bijeenkomst is nog redelijk algemeen en staat het kennismaken centraal, maar bij de volgende bijeenkomsten wordt direct de diepte ingegaan, bijvoorbeeld met video casuïstiek. Wat zeker een positieve bijdrage levert is dat fysiotherapeuten van nature graag kennis delen, dat past dus goed in de filosofie. Dit heeft echter ook een nadeel dat al eerder ter sprake kwam: om als beroepsgroep sterk(er) te staan, met name naar de zorgverzekeraars, heeft de beroepsgroep soms wat meer ‘zwaargewichten’ nodig. Harde(re) onderhandelaars die nog beter een vuist kunnen maken en als 1 partij kunnen onderhandelen. Jos: “In een ideale situatie zou ik bijvoorbeeld Plus-Praktijk willen zijn voor alle zorgverzekeraars. Nu dat niet kan, kost het me toch weer meer geld en tijd. Tijd die ik liever anders besteed.”

Iedereen is het erover eens dat er meer gekeken zou moeten worden naar het resultaat bij de patiënt. Maar, zegt Kees, dan zit je toch weer vast aan bijvoorbeeld de behandelindex. Anne: “Ook dat is niet heilig. Soms levert dit scheve metingen op. Je kunt wel zeggen: Zo, ik ben klaar in 7 behandelingen. Tot ziens. Maar wie weet wat er vervolgens met de patiënt gebeurt? Misschien loopt hij een week later wel een andere praktijk binnen. Zegt dat iets over kwaliteit?” Edwin deelt die mening en vindt dat het uiteindelijk altijd om duurzaam resultaat moet gaan. Het is belangrijk dat juist dat meetbaar wordt.  

 

Geslaagde start

Zowel de coaches als de praktijkeigenaren zijn tot zover tevreden over de peer reviews. Kees: “In het begin zag ik er erg tegenop. Wéér een bijeenkomst. Maar achteraf was het erg interessant om in groepjes met gelijkgestemden samen te zitten. We hebben tijdens de eerste meeting vier filmpjes bekeken, waarvan we er één hebben uitgepikt. Wat ik vooral positief vind is dat iedereen zich heel kwetsbaar durft op te stellen. Wat vinden jullie hoe ik het doe? Hoe zouden jullie het (anders) doen? Heel positief allemaal!”

Jos: “Wij begonnen in een klein groepje van zes met een heel gemêleerd gezelschap. Ik zit bijna 40 jaar in het vak, maar in onze groep zaten ook enkele net afgestudeerde fysiotherapeuten. Eerst een beetje aftasten en je open stellen, maar vervolgens ook filmpjes bekijken in een hele relaxte sfeer. Eigenlijk lijkt het wel wat op de IOF’s (Intercollegiaal Overleg Fysiotherapie) van vroeger: dan namen we een kijkje bij elkaar in de keuken.” Anne: “Het IOF bestaat nog steeds, maar de peer reviews en intervisies werken aanvullend. Het leren van elkaar staat centraal!”  

Meer info:

 

Jos van Laarhoven, GTC Fitwell:
“Een goede overdracht voor je collega’s en transparantie voor de
zorgverzekeraars. Dáár gaat het om.”

 

 BIJEENKOMSTEN

Voorafgaand aan de eerste bijeenkomst wordt de groep samengesteld en zorgen de deelnemers dat ze een video en/of (geanonimiseerd) EPD hebben geselecteerd/ geüpload. Als groep wordt vervolgens de video bekeken. De betreffende therapeut kan zijn filmpje toelichten en zijn hulpvraag stellen. De groepsleden bespreken op interactieve wijze de casus, zodat zowel de therapeut zelf, als de overige aanwezigen verbeterpunten krijgen aangereikt. Na afloop van elke bijeenkomst vullen alle deelnemers bij Keurmerk een ‘Commitment to Change formulier’ in of starten een ‘case study’. Bij het KNGF vult iedere deelnemer na de intervisie de reviews in (van zichzelf en de peers) en zijn eigen verbeterplan.  

 EVALUATIE

 Nadat er twee bijeenkomsten zijn geweest, dienen alle deelnemers bij het KNGF hun verbeterplannen in te dienen. Deze worden gemonitord, waarna terugkoppeling naar de praktijken volgt. Bij Keurmerk krijgen de therapeuten feedback op hun outcome data. In een vierde bijeenkomst kunnen deze worden besproken om te kunnen benchmarken met elkaar.  

 

GTC Fitwell en Fysiofitness: meer kwaliteit door te leren van en met collega’s

GTC Fitwell is een hoog gecertificeerd gezondheids- en trainingscentrum. De Hilversumse praktijk is zowel Topzorg-, Keurmerk-, als PLUS-praktijk. In het centrum bevinden zich 20 professionals die onder andere fysiotherapie, manuele therapie, bekkenfysiotherapie, podotherapie, dry needling, medische fitness en vrije fitness verzorgen. Ook zijn er een huisartsenpraktijk, een tandartspraktijk en een voedingsadviesbureau met diëtiste in het centrum gevestigd en bevinden zich hier ook twee bloedafnameposten van het Tergooiziekenhuis Hilversum en de Trombosedienst van Het Gooi.

De focus ligt vooral op het gebied van revalidatie. In de nieuwe trainingsruimte, vol moderne apparatuur, vindt oefentherapie plaats, maar kunnen mensen ook na een behandeling blijven sporten. Bijvoorbeeld onder deskundige begeleiding van een personal trainer.

 Fitwell is aangesloten bij het Schoudernetwerk Gooi en Eemland, het COPD netwerk Gooi en Omstreken, het Claudicationet, het FVGO Net en de landelijke netwerken van Het Gezonde Net en van Hallux.

 

Bij Fysiofitness Bergambacht kan iedereen terecht voor Fysiotherapie, Fysiofitness en Fitness. Hier wordt de gehele range van bijna alle soorten fysiotherapie en medische fitness tot aan persoonlijke en uitgebalanceerde fitnessprogramma’s aangeboden.

Fysiofitness Bergambacht biedt uitgebreide fysiotherapeutische behandelmogelijkheden met als specialisaties: manuele therapie, sportfysiotherapie, kinderfysiotherapie, bekkenbodemtherapie en revalidatietraining. Fysiofitness is aangesloten bij het ‘Schoudernetwerk’ van het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda, bij het ‘Rugnetwerk’ en bij het ‘Artrose-netwerk’.

Tevens is Fysiofitness aangesloten bij de landelijke netwerkorganisatie Het Gezonde Net.