21 maart 2017 | Tekst: Esther Krijgsman | Beeld: Alice Kalis, intramed | www.movemens.nl

Wat zijn de trends en ontwikkelingen binnen de branche?  

 

Hoe doet uw praktijk het vergeleken met collega-praktijken? Hoe effectief zijn de behandelingen en wat zijn de kosten? Waar liggen uw kwaliteiten en waar valt er nog iets te verbeteren? Pas met cijfers ontdekt u hoe uw praktijk het écht doet. Dat was de reden om ParaBench op te zetten: een tool waarmee u zowel kunt benchmarken – zien hoe u het doet vergeleken met andere praktijken - als inzicht krijgt in uw eigen praktijk. En die bovendien duidelijk maakt wat de trends en ontwikkelingen binnen de branche zijn.  

 

Een lichte huiver voor cijfers bestaat er wel bij fysiotherapiepraktijken, denkt Gerard Boschman, directeur van Convenient (het moederbedrijf van onder andere Intramed) en initiatiefnemer van ParaBench. “Toch weet je pas als je zoveel mogelijk cijfers tot je beschikking hebt hoe je echt presteert.

Een toename in het aantal cliënten van 3 % klinkt heel mooi, tot je ziet dat het landelijke groeipercentage 5% is. In onze database worden tal van gegevens gekoppeld, en zo kunnen we zowel op praktijkniveau als op landelijk niveau inzoomen op de details.
 

 

‘Je ziet waar je kracht en waar je zwakte ligt
als praktijk en kunt bijsturen..’

 

De cijfers geven inzicht in de resultaten van het behandelaanbod, uitgesplitst naar prestatiecodes.” Praktijken die zijn aangesloten bij ParaBench uploaden hun gegevens, en kunnen via een dashboard heel eenvoudig informatie oproepen. Met een druk op de knop verschijnen cijfers over wachttijd, instroom, behandelgemiddelden, omzet, behandelduur en recidieven. In de loop van dit jaar wordt het gebruiksgemak nog verder verbeterd. Dan staat de informatie geclusterd in soorten klachten – lage rugklachten, bijvoorbeeld. Veel fysiotherapeuten zijn immers gespecialiseerd in drie, vier klachten, en willen alleen de informatie daarover zien.  

 

 

 

 

 

Bijsturen  

Op dit moment zijn er bijna 450 fysiotherapiepraktijken aangesloten. Dat dekt 15% van het totale behandelvolume, waarmee ParaBench de grootste benchmark in Nederland is. Als zich nog meer praktijken aansluiten, wordt de informatie uiteraard nog completer. “Met een benchmark heb je een schat aan informatie in handen,”zegt Boschman.

“Gegevens die bovendien steeds up to date zijn, omdat er continu gegevens van praktijken worden toegevoegd. Met het standaardpakket, het praktijkdashboard, kun je tot achter de komma zien hoe je eigen praktijk het doet. Wat de zorgopbrengst is, of er sprake is van overbehandeling. Je ziet waar je kracht en waar je zwakte ligt als praktijk en kunt bijsturen.

 

Bovendien kun je de eigen prestaties vergelijken met die van collega’s. Met het supervisiedashboard, een extra module, kun je zelfs de prestaties van medewerkers van een praktijk onderling vergelijken. Is iedereen ingezet op het terrein waar hij of zij het beste scoort? Is het slimmer om te specialiseren of blijven we generalist? ParaBench werkt als een kwaliteitssysteem.

Praktijken die daarvoor kiezen, kunnen hun benchmarkgegevens ook koppelen aan ZorgkaartNederland om zich te profileren. Verder ontstaan er betrouwbare getallen over bijvoorbeeld instroom, de trends in de markt worden duidelijk en het nut van bepaalde behandelingen kan worden aangetoond.”  

 

 

 

 

Kennis is macht  

Soms zullen de cijfers de praktijken met de neus op feiten drukken, beaamt Boschman. Aantonen dat er her en der zaken aan schorten. “Er bestaat wel eens de neiging om direct in de slachtofferrol te schieten wanneer een praktijk door de verzekeraar gekort wordt, maar soms is het gewoon terecht. Als je de cijfers paraat hebt, kun je zien waar de mogelijke oorzaken liggen. Er zijn bijvoorbeeld fysiotherapeuten die te veel meegaan in de wensen van een patiënt. Die heeft bijvoorbeeld recht op tien vergoede behandelingen en wil die allemaal opmaken, terwijl zes behandelingen ook zouden volstaan. Het is dan aan de praktijk een grens te trekken.

De zorgverzekering vergoedt ook openhartoperaties. Dat recht verzilveren mensen toch ook niet als het niet nodig is?” In alle gevallen zijn goede cijfers onmisbaar om als fysiotherapiepraktijk een sterke positie te hebben in onderhandelingen met verzekeraars. Die sturen immers op behandelgemiddelden.

Boschman noemt een voorbeeld. “Kort geleden werd één van de aangesloten praktijken op de vingers getikt door de verzekering, omdat die te hoog scoorde ten opzichte van de behandelindex. Doordat de praktijk dankzij ParaBench de cijfers paraat had, was aan te tonen dat de recidievencijfers niet genoeg waren meegenomen, en dat de praktijk ‘onder de streep’ prima scoorde.” 

 

 

 

 

Dwarsverbanden  

Verzekeraars kunnen goed presterende praktijken pas belonen als er zo veel mogelijk kwalitatief goede informatie voorhanden is, fysiotherapeuten zullen steeds bedrijfsmatiger moeten werken om hun bedrijf gezond te houden, volgens Boschman. “Natuurlijk blijft goede zorg altijd de basis. Maar juist om die zorg goed te houden, en bij voorkeur te verbeteren, heb je cijfers nodig. In het ideale geval, maar dat is toekomstmuziek, zou je met benchmarks nog veel meer dwarsverbanden kunnen aantonen. Dat fysiotherapie in sommige gevallen een interventie door een specialist voorkomt, bijvoorbeeld. Of wat de winst is van het feit dat mensen door fysiotherapie sneller weer aan het werk kunnen.”  

 

Meer info: