21 maart 2017 | Tekst: Esther Krijgsman  en Kris Ubink | Beeld: Intramed |  www.movemens.nl


ParaBench: uw praktijk in cijfers  

Hoe deden de fysiotherapiepraktijken het in 2016? Welke ontwikkelingen zijn er te zien? In deze aflevering een blik op de inmiddels definitieve cijfers in de benchmark ParaBench. Gemeten over ongeveer 400.000 unieke klachten, aangeleverd door 450 praktijken. Die cijfers laten voorzichtig een alarmbel horen. Het aantal behandelingen van chronische en niet-chronische klachten daalt, maar de tarieven bleven min of meer gelijk. En dat betekent: minder omzet.

Grote schuldige daarin lijkt de behandelindex. Heeft die zijn langste tijd gehad? Het gemiddeld aantal behandelingen per traject laat een dalende trend zien, terwijl het aantal patiënten niet gelijkwaardig toeneemt. Die daling is voor een groot deel ook te wijten aan het feit dat mensen niet aanvullend verzekerd zijn en de fysiotherapeut zelf moeten betalen.  

 

 

Tijd voor een ander vergoedingsmodel?  

Er woedt al een tijd een discussie over de behandelindex. Hoewel het doel van die index – doelmatig en (kosten)effectief werken - is toe te juichen, begint de index inmiddels tegen de fysiotherapiepraktijken te werken. Fysiotherapeuten doen zo hun best ‘aan de goede kant’ van de index te blijven, dat het aantal behandelingen per patiënt verder en verder afneemt. Er ontstaat daardoor een neerwaartse spiraal en de grote vraag is wanneer het punt bereikt wordt dat deze ontwikkeling ten koste gaat van de kwaliteit van de geleverde zorg. Want waar moet het geld vandaan komen om te investeren?

 

Een ander risico is dat fysiotherapeuten aangepast gedrag gaan vertonen om maar niet boven de index uit te komen. Het is dus de vraag of de behandelindex (nog) voldoet als reguleringsinstrument. Een alternatief zou kunnen zijn om te werken met ‘producten’, bijvoorbeeld een rugtraject, en daar als verzekeraar een bepaalde vergoeding aan te koppelen. Als een fysiotherapiepraktijk vervolgens dankzij innovatie minder kosten maakt, kunnen de opbrengsten worden gedeeld tussen de praktijk en de verzekeraar. Dat geeft de verzekeraar duidelijkheid vooraf, en de praktijk ruimte om te investeren. In 2016 heeft hiermee al een pilot gedraaid, dit jaar zal een aantal verzekeraars ermee gaan werken.  

 

 

Ontwikkeling behandelgemiddelden  

Over 2016 is een duidelijke daling te zien in het behandelgemiddelde van zowel chronische als niet-chronische klachten. Het lijkt erop dat het aantal patiënten vergelijkbaar is gebleven. Omdat er in de tarieven voor behandelingen vrijwel niets veranderd is, zou dat betekenen dat er minder omzet is gedraaid dan vorig jaar. De stagnatie van het aantal patiënten zou voor een deel kunnen liggen aan een gebrek aan kennis over verzekeringen.

Een aantal mensen denkt dat fysiotherapiebehandelingen ten koste van het eigen risico gaan, wat de drempel verhoogt. Mogelijk is de daling ook te wijten aan het bezuinigen op fysiotherapie door mensen die het zelf betalen. Dit wordt nader onderzocht. Al jaren zijn er meer vrouwen dan mannen in behandeling bij de fysiotherapeut. In 2016 zien we een bijzondere toename van deze verdeling. Een duidelijke verklaring voor het verschil is niet te geven, wel is het man/vrouwverschil in lijn met bezoeken aan andere zorgverleners.  

 

 

Chronisch en niet-chronisch  

Op dit moment valt 12,1% van de geregistreerde episodes onder de chronisch lijst. Dat is redelijk in lijn met de getallen van de voorgaande jaren. Zoals te verwachten valt, hebben ouderen meer last van chronische klachten dan andere categorieën.

Wat wel opvalt, is dat kinderen tussen de 0-8 meer chronische indicaties hebben dan anderen. Eén van de oorzaken daarvoor is de toegenomen aandacht voor vroegmotorische stoornissen.  

 

 

DTF trend  

Het aantal patiënten dat rechtstreeks naar de fysiotherapeut gaat neemt nog steeds toe. Dat is op zich een goede ontwikkeling, omdat de huisartskosten er
door afnemen.

 

Meer info:

 

Oproep

 

Ziet u trends in de markt? Heeft u bepaalde ideeën of wilt u juist meer weten? Mail ons uw vraag en wij gaan ermee aan de slag.

Vanuit de benchmark kunnen we verschillende dwarsdoorsnedes maken op bijvoorbeeld leeftijd, klacht, verhouding man/ vrouw etc. Wilt u cijfers zien van de behandeling van schouderklachten?

Hoe de verdeling qua leeftijd is bij nieuwe instroom? U kunt het zo gek niet bedenken of we kunnen u aan de hand van de beschikbare cijfers antwoorden geven.

Mail uw verzoek naar Kris Ubink: kubink@intramed.nl.