11 oktober 2016 | Tekst: Martijn Plantinga  en Kris Ubink | Beeld: Intramed |  www.movemens.nl

 

Met benchmarken voor de paramedische sector kunnen we op grote schaal prestaties en cijfers vergelijken van grote groepen ondernemers en praktijken. ParaBench is er 100% voor en door de fysiotherapiepraktijken. Deze cijfers worden NOOIT gedeeld met zorgverzekeraars. We willen met ParaBench meer inzicht geven in hoe een praktijk scoort, ook t.o.v. andere praktijken. Hoe meer aangesloten praktijken (op dit moment een kleine 500), hoe beter het beeld dat we kunnen schetsen. Totaal gaat het om 206.687 patiënten en 225.763 klachten in 2016 (uploads tot op heden). Intramed-gebruikers die ook Intramed PLUS gebruiken kunnen zelfs gratis gebruik maken van ParaBench.

 

Stand van zaken

Wat is de stand van zaken binnen de fysiotherapie over de eerste twee kwartalen van 2016? We hebben gekeken naar zittingen / behandelingen en naar het aantal patiënten dat in behandeling is genomen (instroom) over de jaren.

 

Figuur 1 Zittingen

 

In figuur 1 (Zittingen) is goed te zien dat het aantal praktijken dat een groei laat zien in het aantal zittingen in 2015 is afgenomen. Van iets meer dan 50% tussen 2011 en 2012 naar meer dan 60% tussen 2013-2014 heeft nu nog maar zo’n 35% van de praktijken een stijging van het behandelvolume.

 

Figuur 2 Patiënten

 

Daarbij moet wel aangemerkt worden dat het aantal praktijken met een grote daling redelijk constant blijft over de jaren. Kijken we naar de vergelijking instroom patiënten (Figuur 2), zien we een iets ander verloop. We zien in 2014-2015 geen praktijken meer met een grote daling (>10%). Het aantal praktijken met een stijging van het aantal behandelde patiënten neemt ook iets af, maar als we de grote en kleine stijgingen optellen is dit nog altijd ruim 65%. En het verschil tussen het aantal zittingen en patiënten is natuurlijk te verklaren doordat het aantal behandelingen per patiënt nog steeds afneemt.

 

Figuur 3 Vergelijk instroom patiënten

 

Een andere manier om de markt wat breder in kaart te brengen is om van dezelfde groep praktijken te bekijken hoeveel patiënten er in totaal in behandeling zijn genomen (Figuur 3 Vergelijking instroom patiënten) en hoeveel behandelingen er in totaal gegeven zijn aan deze patiënten (Figuur 4 Vergelijking behandelingen).

 

Figuur 4 Vergelijking behandelingen

 

Begin 2016 zijn beduidend minder patiënten in behandeling genomen, maar halverwege het jaar zien we toch een lichte stijging. Vertaald naar het aantal zittingen laat het zich al raden dat daar dan een daling zal zijn omdat het aantal behandelingen per patiënt nog steeds aan het afnemen is. De grote afwijking in januari is deels te verklaren doordat er in deze maand een werkdag minder was. In februari is die grote afwijking verdwenen. Aangezien de instroom van patiënten gaandeweg het jaar nog lijkt toe te nemen in 2016, kan het toch zo zijn dat het totaal aantal zittingen voor de gehele beroepsgroep nog iets gaat stijgen. Mensen die een deel van de zorg uitstellen totdat ze het eigen risico verbruikt hebben, zorgen ervoor dat er later in het jaar meer mensen instromen. De piek van het aantal nieuwe patiënten en zittingen zit dan ook met name in het vierde kwartaal.

 

 

Kinderen

Tot slot hebben we gekeken naar het feit dat er steeds meer kinderen bij de fysiotherapiepraktijk terecht komen, met name met nek- en rugklachten door het gebruik van smartphones.

 

Figuur 5 Percentage patiënten kinderen

 

Deze stijging zien we in figuur 5 (Percentage patiënten kinderen). Het aantal kinderen neemt in verhouding ieder jaar wat meer toe dan de totale toename van patiënten. Er is ook getracht om de diagnosecodes daarbij te zoeken (Figuur 6 Top 10 diagnosecodes bij kinderen), maar daar zijn geen duidelijke trends in waar te nemen.

 

Figuur 6 Top10 diagnosecodes bij kinderen

 

Vast staat dat bijna 25% over de jaren heen wordt vastgelegd met code 9379 (kinderen met motorische achterstand en ontwikkelingsstoornissen). De trend dat onder de oudere jongeren een grote toename zou zijn van nek/rug gerelateerde klachten kan niet worden bewezen aan de hand van onze data. Er is wel een grote toename op de laatste 2 cijfers van de diagnosecode voor ‘26’ maar dat kan breder geïnterpreteerd worden. Ideeën en input van uw kant zijn weer meer dan welkom. In een volgend artikel zullen we proberen de systematiek van de behandelindex te reproduceren.

 

Meer info: