5 oktober 2016 | Tekst: Martijn Plantinga | Beeld: Latha Spelt | www.movemens.nl

“Wacht niet te lang en bereid je tijdig en goed voor”

 

In de jaren 80, zijn veel fysiotherapiepraktijken opgestart. Een groot deel van deze ondernemende generatie nadert nu de pensioengerechtigde leeftijd. Wie rekent snapt dat dit dus tot gevolg heeft dat momenteel veel 30ers van toen nu de 60 hebben overschreden en dus dat er nu en in de nabije toekomst relatief veel praktijkovernames zullen plaatsvinden. En bij zo’n overname komt nog heel wat kijken. Vaak is het een emotioneel besluit en wie zijn praktijk verkoopt zal minimaal zijn investering terug willen verdienen. Netwerkorganisatie Het Gezonde Net organiseert sinds vorig jaar bijeenkomsten voor haar leden, waarbij een expert wordt ingeschakeld om praktijkeigenaren te begeleiden bij deze belangrijke stap in hun carrière.

 

Henri Brom is MKB adviseur en begeleidt praktijkeigenaren bij overdrachten. Hajo van den Berg van Fysiotherapeuten Maatschap Woerden is praktijkeigenaar en staat op het punt zijn aandeel in de maatschap te verkopen. Koos van Chastelet is mede-eigenaar van de praktijk. Een driegesprek over wat er allemaal te gebeuren staat en wat er bij een overname komt kijken. Hajo: “In de jaren 80 waren er vooral veel maatschappen. Er waren veel zelfstandigen en diverse therapeuten kregen de keuze tussen loondienst of toetreden tot een maatschap. Hierdoor vielen ook diverse praktijken uit elkaar. In ons geval besloten we om samen (bestaande maatschap en medewerkers) door te gaan, dus met meerdere maten in een nieuwe maatschap. Op het hoogtepunt waren dat zelfs 14 maten. Inmiddels is dat teruggebracht tot 8 maten en dat aantal houden we in principe gelijk. Wel is het zo dat we nu meer medewerkers hebben dan vroeger.” Henri: “Vandaag de dag zijn er nog steeds veel zorgverleners verenigd in een maatschap, maar aan de andere kant zie je ook veel medewerkers die nooit maat zullen of willen worden.” Koos: “Wij kregen destijds ook het advies om het aantal van 14 af te bouwen naar 8. Dit betekende dat we minder nieuwe maten moesten aannemen ten opzichte van de vertrekkende maten. We hebben een goede afvloeiingsregeling contractueel vastgelegd.”

 

Dagelijks bestuur

De hedendaagse fysiotherapiepraktijk wordt steeds meer als een gewone onderneming gerund. Er komt veel meer kijken bij het uitoefenen van je vak dan puur het behandelen van patiënten. En hoe je dat invult, verschilt enorm. Hajo: “Sommige praktijken kiezen bijvoorbeeld voor een praktijkmanager. Wij hebben dat niet. In onze maatschap vinden we dat zelf veel te leuk. Met de acht maten die we hebben rouleren we, met iedereen in een dagelijks bestuur, om de 3 jaar. Op deze manier zijn we allemaal betrokken bij alle processen en bovendien maken we ongeveer evenveel uren. Daarbij hebben sommige maten specifieke kwaliteiten, bijvoorbeeld op het gebied van de financiën. En voor wat we niet zelf kunnen, schakelen we een expert in. Bijvoorbeeld bij bepaalde juridische of fiscale zaken.

 

Knelpunten bij een overdracht

  • Waardering/goodwill
  • Vinden van juiste koper
  • Emotionele aspecten
  • Informatievoorziening
  • Afrekenen met fiscus
  • Perspectief na overdracht
  • Financiering

 

Ervaringen uitwisselen

Na een carrière van 38 jaar zal Hajo volgend jaar uittreden als maat van Fysiotherapeuten Maatschap Woerden. In de contracten staat vermeld dat de aandelen van een uittredende maat worden overgenomen door de overige maten. Zij zoeken op hun beurt (indien gewenst) een nieuwe maat. Dit kan een medewerker zijn, maar ook iemand van buiten. Hajo is niet de enige uittreder. Uit cijfers van het KNGF blijkt dat er op korte termijn veel overdrachten zijn te verwachten. Van de 4800 praktijken zijn zowel in de kleine praktijken (1 tot 3 fysio’s) als de grote (4 of meer) relatief veel eigenaren boven de 50 jaar. Het spreekt voor zich dat er bij een overdracht veel komt kijken. Er spelen onder andere fiscale, juridische en financiële aspecten een rol. Daarnaast is de aard van het bedrijf zelf van belang. Is het al dan niet volledig in eigendom? Hoe zit het met de leiding van de praktijk? Kortom, bij een overdracht ga je niet over één nacht ijs.

 

Een goede overdracht vergt veel voorbereiding en in de meeste gevallen ontbreekt vaak eenvoudigweg de kennis om dit goed te regelen zonder externe adviseur. Vandaar ook dat Het Gezonde Net haar leden ondersteunt met advies op het gebied van overnames en meerdere malen per jaar worden bijeenkomsten georganiseerd met dit thema als onderwerp. Wibo Langeveld van Het Gezonde Net: “Dit jaar hebben we twee bijeenkomsten georganiseerd. Het zijn zeer interessante bijeenkomsten waarbij praktijkeigenaren niet alleen advies krijgen van een expert, maar ook onderling ervaringen met collega’s uitwisselen.” Tijdens deze middagen komen veel praktische vragen aan bod, zoals bijvoorbeeld hoe je nu het beste een verkoopbedrag kunt vaststellen.

 

Een goede overdracht vergt veel

voorbereiding en inde meeste

gevallen ontbreekt eenvoudigweg

de kennis om dit goed te regelen

zonder externe adviseur

 

Behalve informatie voor eigenaren die willen verkopen, wordt ook aandacht besteed aan medewerkers die geïnteresseerd zijn om een bedrijf of deel van een bedrijf over te nemen. “Dit is iets dat mensen soms onderschatten. Naast alle juridische zaken, verandert bijvoorbeeld ook de rol van de medewerker binnen het bedrijf. Het mooie van de bijeenkomsten is dat ze een oriënterend karakter hebben. Je hoort wat er allemaal op je af komt en leert zoals gezegd zowel van externen als van collega’s. We blijven dit soort bijeenkomsten ook zeker organiseren. In het voorjaar van 2017 organiseren we een bijeenkomst over praktijkoverdracht voor medewerkers en personeel. Daarnaast ontwikkelen we een managementopleiding voor medewerkers zodat zij al kennis kunnen maken met het managen van een praktijk.”

 

Overdracht

Hoe gaat een overdracht in z’n werk? Henri, die met MKB Adviseurs al vier jaar presentaties geeft met de titel ‘Tijdig starten met stoppen’: “Er is een groot verschil of je je praktijk of een deel ervan intern verkoopt of aan een derde partij. Verkoop je je aandeel, zoals Hajo aan de maatschap, dan is dat relatief eenvoudig. De maten zijn allemaal op de hoogte van de ins en outs en weten in principe alles al. Moelijker wordt het als je aan een externe partij verkoopt. Dit vergt ook beduidend meer voorbereiding. Je moet vooraf heel duidelijk voor ogen hebben wat je gaat doen. Hoe is je privésituatie, is het pand eigendom of huur, wat is de consequentie voor je pensioen? Er komt heel wat bij kijken.”

 

Hajo en Koos geven aan dat het in hun maatschap anders is geregeld. In het contract staat dat een aandeel, in dit geval dat van Hajo, altijd wordt gekocht door de maatschap. De maat die vertrekt heeft dan ook geen invloed meer op het vervolg van het proces. Henri geeft aan dat dit alleen kan als de maatschap voldoende groot is (zoals in Woerden het geval is). “Bij kleinere maatschappen, en daar zijn er meer van, werkt dat niet zo. Dan heb je te maken met een verkoper en een koper. Een eventuele nieuwe maat, moet uiteraard ook klikken met de overige maten. Bovendien is het in jullie geval met acht maten ook financieel geen al te groot risico om samen een aandeel terug te kopen. Zit je met bijvoorbeeld drie maten, dan ligt dat heel anders.”

 

Het mooiste is als je het vertrek van een partner kunt opvangen met een medewerker. Koos: “Tijdens onze jaarlijkse gesprekken met de medewerkers vragen we ook altijd hoe iemand hier eventueel tegenover staat. Binnen de maatschap stellen we een profielschets op van wat we van een nieuwe maat verwachten. Vervolgens bespreken we wie er eventueel in aanmerking kan komen en als een medewerker aangeeft geïnteresseerd te zijn, nodigen we hem uit voor een gesprek. Moet je je voorstellen toen we vroeger nog met 13 maten zaten. Dat moet voor een medewerker als een serieuze ballotage gevoeld hebben. Wanneer we het gevoel hebben dat we de juiste kandidaat hebben en hij of zij zelf ook geïnteresseerd is, hebben we het pas over de financiën.” Hajo: “Daar hebben medewerkers werkelijk geen idee van.” Koos: “Wat ik trouwens een minpunt van de opleiding Fysiotherapie vind, is dat je in je hele opleiding maar 1 dag besteedt aan het onderwerp overnames.

Ondernemen zou eigenlijk een vak moeten zijn.” Henri: “Helemaal mee eens. Mensen hebben inderdaad geen idee wat hierbij komt kijken.” Op zich vreemd aangezien je kunt aannemen dat het aandeel afgestudeerde (fysio)therapeuten dat ooit met een overname te maken krijgt, best aanzienlijk is. Niet voor niets probeert Het Gezonde Net een partner te zijn voor haar leden als het gaat om ondernemen en biedt elk jaar verschillende bijeenkomsten en opleidingen aan.

 

 

   

Goodwill en waardering

Een van de moeilijkheden bij een overdracht is vaak het vaststellen van de goodwill. Je kunt wel een florerende praktijk overnemen met een groot patiëntenbestand, maar wat als deze mensen allemaal voor de uittredende therapeut kwamen? En zijn de resultaten van de afgelopen jaren wel een goede graadmeter voor de komende jaren?

 

Henri: “Lastig punt. Ik zeg altijd, goodwill is wat je in de toekomst kunt verdienen. Je kent het ‘resultaten uit het verleden….’ Dan gaat het dus om wat je kunt verdienen naast je gewone arbeid. Je kunt nu wel een hoge omzet hebben, maar kun je dat ook vol blijven houden? Dat moet je wel meenemen. Uiteraard zijn hier net als in andere branches verschillen in. De ene adviseur zal op een wat ander bedrag uitkomen dan een ander, maar het belangrijkste vind ik, is dat de methodiek nu wel gelijk is. Hierdoor kunnen we nu appels met appels vergelijken. Simpel gezegd is het de omzet minus de kosten van de praktijk minus de arbeidsvergoeding. Betreft het een overname, dan rekenen we tegenwoordig met een bedrijfseconomisch resultaat maal een factor. Die factor is afhankelijk van de risico’s. Hoe hoger het risico, des te lager de factor.” 

 

De situatie in Woerden, waar vrijwel alles contractueel is vastgelegd, blijkt redelijk uitzonderlijk. Zelfs de financiële vergoeding voor een uittredende maat staat al vast. Er wordt gewerkt via het earn out principe, een toekomstige winstregeling voor de vertrekkende maat. Het eerstvolgende kalenderjaar telt keer twee en het jaar erop krijgt factor 1. Vervolgens wordt het totaal door drie gedeeld. Hajo krijgt straks dus achteraf een nabetaling voor zijn aandeel. Op deze manier ben je minder afhankelijk van resultaten ut het verleden. Henri: “Ook dit gebeurt niet bij kleine partijen. Dan is de invloed veel te groot. Terugkomend op de waardering van goodwill, wat doe je als er tijdens of vlak na een overname een tweede vestiging wordt geopend? De kosten stijgen uiteraard en niemand weet precies welke invloed dit straks op de omzet of winst gaat hebben. Ik maak ook wel eens mee dat iemand zijn aandeel wil verkopen, maar de overige maten willen het niet overnemen. Het zijn slechts enkele voorbeelden van discussiepunten die kunnen ontstaan bij een overname.”

 

“Een minpunt van de opleiding

Fysiotherapie is dat je in
je hele opleiding maar

1 dag besteedt aan het onderwerp

overnames. Ondernemen zou

eigenlijk een vak moeten zijn”

 

Financiering

Zijn er vaak problemen met de financiering? Henri: “Mijn ervaring is dat banken nog steeds financieren als er een duidelijk plan op tafel ligt. Ik heb zelfs overnames begeleid waarbij een inkoper geheel zonder eigen vermogen de financiering van de bank kreeg. Er zijn echter ook wel andere manieren te verzinnen. Zo kan de verkoper een deel van de koopsom in de maatschap laten zitten. De nieuwe maat kan een groot bedrag dan over een afgesproken aantal jaren uitsmeren. Gezien het zeer lage aantal faillissementen is dit weinig risico. Een andere optie is een geruisloze doorschuiving, waarbij je de fiscale heffingen als het ware uitsmeert en doorschuift naar de toekomst.”

 

De financiering blijkt niet het grootste probleem. “Wat we wel steeds meer zien”, vertelt Hajo. “is dat de interesse om maat te worden afneemt. Het lijkt natuurlijk mooi om mede-eigenaar te worden, maar vergis je niet in wat er allemaal bij komt kijken.

Daar moet je wel zin in hebben. Veel medewerkers willen gewoon lekker behandelen en zitten niet te wachten op bestuursvergaderingen en administratieve rompslomp.” Henri deelt die mening en geeft aan dat er een grote groep is, vooral de jonge generatie, die veel kritischer is. Bij hen staat vrije tijd bijvoorbeeld ook hoog in het vaandel. Bovendien wordt tegenwoordig veel meer van je verwacht dan vroeger.

Nog anderhalf jaar en dan zit Hajo zijn rol als maat erop. Hij blijft nog wel part-time werken. Henri: “Vaak wordt in maatschappen vastgelegd dat je met 65 of 67 moet stoppen, maar dat hoeft niet. Veel belangrijker is dat je als uittredende maat op de hoogte bent van je situatie. Hoe zit je pensioen in elkaar? Wat heb ik eigenlijk op dit moment en kan ik eigenlijk wel eerder stoppen?”

 

Niet voor niets is Hajo al drie jaar geleden naar een eerste bijeenkomst geweest om zich te laten informeren. Zijn advies luidt dan ook: Wacht niet te lang en bereid je tijdig en goed voor. Overigens word je er ook wel aan herinnerd door je collega’s. Dan zegt Koos bijvoorbeeld: ”Jeetje Hajo, ben je al zo oud???”

 

 

 

   

Meer info:

 

Hajo van den Berg

Hajo van den Berg trad op 01-01-1979 in dienst bij de vorige maatschap, als medewerker op notabasis. Toen vanwege de BVG-problematiek (Bedrijfsvereniging voor de Gezondheidszorg) begin jaren 80 er een keuze moest worden gemaakt tussen in loondienst gaan of je inkopen in de maatschap, koos men er in Woerden voor (1985) om alle medewerkers zich te laten inkopen en samen met de bestaande maatschap een nieuwe maatschap op te richten: de Fysiotherapeuten Maatschap Woerden.

Vanaf 1985 heeft Hajo 12 jaar een functie in het Dagelijks Bestuur van de maatschap vervuld, waarvan 7 jaar als voorzitter. Aangezien de FMW zowel in de eerste lijn werkzaam is, als in de tweede lijn, als vrijgevestigde maatschap binnen het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis (thans onderdeel van het Sint Antonius Ziekenhuis) en de Maartenskliniek Woerden, heeft Hajo zowel klinische als poliklinische werkzaamheden verricht, ook in meerdere vestigingen.

Omdat Hajo, als sportfysiotherapeut, naast zijn fysiotherapeutische werkzaamheden ook het bestuurlijke deel ambieerde, is hij tevens een periode KNGF kaderlid geweest en heeft meerdere bestuurlijke functies vervuld voor de beroepsorganisatie.

Sinds 2014 is hij voorzitter van de Kostenmaatschap Gezondheidscentrum Linschoten, waarin de Fysiotherapeuten Maatschap samen met de Huisartsenmaatschap Linschoten het Gezondheidscentrum Linschoten exploiteert. Eind 2017 verkoopt Hajo 15 uur aan de FMW en blijft dan nog 3 dagen werken in het GHC Linschoten.

Per 01-01-2018 verkoopt Hajo zijn 20 uur aan de FMW en stopt met zijn werkzaamheden voor de Fysiotherapeuten Maatschap Woerden. Momenteel telt de FMW 8 maten. De huidige leeftijdsopbouw is: 2 x 39 jaar, 1 x 41 jaar, 1 x 48 jaar, 2 x 55 jaar, 1 x 57 jaar en 1 x 64 jaar. Totaal werken er 33 medewerkers op 7 locaties in Woerden, Linschoten en Leidsche Rijn.   

 

Henri Brom

Henri Brom is adviseur Overname & Opvolging bij MKB Adviseurs. Als specialist fusie en overname begeleidt hij ondernemers bij het overnameproces bij aan- en verkoop van bedrijven.

Als MKB Adviseur is hij actief op de volgende gebieden: advisering bij bedrijfsovernames, zoeken en onderhandelen bij koop/verkoop, waarderingen van bedrijven, financieringen en begeleiding bij doorstart (na faillissement). “Een goede voorbereiding bij bedrijfsoverdracht is het halve werk.

Het zorgt voor een goede en snelle doorloop van het overnameproces en voorkomt teleurstellingen.”  

 

Koos van Chastelet

Koos van Chastelet is als lid van de maatschap medeverantwoordelijk voor onder meer personeelszaken, automatisering en nieuwbouwprojecten. Naast zijn werkzaamheden als algemeen fysiotherapeut en manueel therapeut, behandelt hij ook kinderen met het KISS-syndroom : dat is dikwijls een gevolg van pijnlijke en geblokkeerde bovenste nekgewrichtjes. “Ouders zijn vaak radeloos als hun kind maanden aan het huilen is. Als je dan in twee a drie behandelingen resultaat boekt, is dat prachtig!”