13 april 2016 | Tekst: Martijn Plantinga | Beeld:  Trude Bosman
 

Coöperaties in de zorg bieden ondernemers veel voordelen


Het vormen van een coöperatie kan ondernemers meerdere voordelen opleveren. Niet voor niets is deze vorm van samenwerken in Nederland zeer populair en zien we met name in de zorg veel coöperaties. Je staat als groep niet alleen sterker bij bijvoorbeeld inkoop of in de onderhandeling naar zorgverzekeraars, maar vooral het uitwisselen van ervaringen en het delen van kennis is voor veel zorgondernemers reden om zich aan te sluiten bij een netwerk. MoveMens bracht drie partijen aan tafel, die allen dagelijks te maken hebben met een coöperatie; een expert/adviseur op het gebied van coöperaties, de voorzitter van een zorgcoöperatie en een praktijkeigenaar die sinds jaar en dag coöperatie-lid is.
 

Jeroen Leclerq, bedrijfsadviseur en ondernemerscoach bij De Coöperatie Expert, Ron Haanschoten, fysiotherapeut en voorzitter van coöperatie Het Gezonde Net en Jos Christiaanse, mede-praktijkeigenaar en al sinds de oprichting lid van een coöperatie, ontmoeten elkaar Soest. Ze spreken elkaar in de oefenruimte, het hart van Fysiotherapiepraktijk Soestdijk.


Krachtenbundeling
De geschiedenis van coöperaties gaat terug naar de negentiende eeuw, steekt Jeroen van wal. “Destijds begon het idee vooral vanuit het oogpunt van kredietverstrekking (denk aan de boerenleenbank), maar vandaag de dag zijn er verschillende varianten. Enkele populaire vormen zijn de bedrijfscoöperatie, de consumentencoöperatie en de ondernemerscoöperatie. In de zorg zie je veel faciliterende coöperaties. Als ik kijk naar de zorg, dan is krachtenbundeling niet alleen goed in de onderhandeling naar zorgverzekeraars. Je kunt bijvoorbeeld schaalvoordelen realiseren” Ron: “Onze rol als Het Gezonde Net is vooral faciliterend. Wij ondersteunen onze leden onder andere op het gebied van opleidingen, certificeringen, productinkoop en begeleiding naar PLUS. Sinds 2015 zijn alle aandelen van Het Gezonde Net in handen van de coöperatie en dus zijn alle aangesloten leden, zo’n 50 praktijken, gezamenlijk eigenaar. De coöperatie wordt ondersteund door een centrale organisatie.“

 

'Het aspect kennis delen is in mijn ogen een

zeer grote plus van het netwerk'
 


Belangrijkste vraag is natuurlijk: wat levert het je als praktijk nu op? Jos: “Voor mij als fysiotherapeut ging en gaat het vooral om samenwerken. Samen sta je sterker. In 1995, toen ik als onderdeel van een maatschap startte, hebben we ons  direct aangesloten. Door samen te werken met andere praktijken kun je schaalvoordelen behalen, bijvoorbeeld bij de inkoop van producten, je krijgt tools aangereikt voor een goede praktijkvoering en op verschillende gebieden hoef je niet zelf het wiel uit te vinden. Denk bijvoorbeeld aan specifieke software. Als fysiotherapiepraktijken hebben we op veel vlakken hetzelfde nodig, dus dan is het reuze praktisch als er een uniform softwarepakket beschikbaar komt dat we allemaal kunnen gebruiken. Ik moet eerlijk zeggen dat er een tijdje veel nadruk lag op de producten en minder op het samenwerken, maar dat laatste is het laatste jaar weer helemaal terug. Het aspect kennis delen is in mijn ogen een zeer grote plus van het netwerk.”
Ron: “Veel praktijken houden zich met dezelfde zaken bezig, dus cijfers over bijvoorbeeld behandelgemiddelden zijn zeer nuttig om onderling uit te kunnen wisselen.”

 

Zijn er ook valkuilen of juridische gevaren aan de populaire vormen van samenwerken? Jeroen wijst op het recht dat fysiotherapeuten nu hebben om zelfstandig te declareren. “Dat gaat in de toekomst veranderen waardoor met name de verzekeraars gaan eisen dat een praktijk WTZi (Wet toelating zorginstellingen) erkend moet zijn en aan de HKZ (Harmonisatie Kwaliteitseisen in de Zorg) eisen moet gaan voldoen. Dat is een duur en langlopend proces wat voor zelfstandig gevestigde zorgverleners beter vanuit een collectief, vanuit een praktijk, geregeld kan worden. Ik zie geregeld dat zorgverleners eisen dat dat collectief een rechtspersoonlijkheid heeft bijvoorbeeld. De coöperatie leent zich uitstekend voor een dergelijke constructie omdat de rechtspersoon dan als WTZi erkende zorginstelling op kan treden en aan de HKZ-regels voldoet, en dus een contract krijgt van de verzekeraar of gemeente. De zelfstandig gevestigde fysiotherapeuten treden toe als lid van de coöperatie en hoeven dus niet individueel aan WTZi en HKZ te voldoen.”

 

'Leden kunnen elkaar altijd helpen en dat kan

zowel onderling als via de coöperatie'

 

Ron vertelt dat er ook duidelijk een verdienmodel mogelijk is vanuit de coöperatie: “Wanneer we opleidingen ontwikkelen, worden deze in eerste instantie tegen gereduceerd tarief aan de leden aangeboden. De opleidingen kunnen vervolgens ook door niet-leden worden gevolgd. De ‘winst’ die hierop wordt gemaakt komt uiteraard toe aan de leden. Tijdens de ledenvergadering wordt bepaald wat hiermee moet gebeuren. Het kan straks bijvoorbeeld zo zijn dat dit terugkomt in een lager bedrag voor het lidmaatschap of het kan ook worden uitbetaald.”


Belangrijke voordelen van een Zorgcoöperatie:
 

  • Een goede bescherming van het privévermogen van een startend ondernemer.

  • Er is geen hoofdelijke en gehele aansprakelijkheid zoals bij een V.O.F. of een maatschap.

  • De Coöperatie U.A. (uitgesloten aansprakelijkheid) biedt de mogelijkheid de aansprakelijkheid geheel uit te sluiten.

  • De Coöperatie U.A. biedt een vergelijkbare bescherming als een BV of NV.

  • De coöperatie biedt de mogelijkheid de zogenaamde verlengstukwinst aan haar leden uit te keren zonder dat daar eerst vennootschapsbelasting over betaald wordt. De uitgekeerde winst wordt in dat geval van de belastbare winst (voor vennootschapsbelasting) afgetrokken.

  • De coöperatie mag een winstuitkering aan haar leden doen.

 

 

 

Samenwerken rendeert
Jos benadrukt dat de winst niet zozeer in meer omzet zit, maar juist in het samenwerken en het beter kunnen runnen van je praktijk. “Als ik binnen onze praktijk ergens tegenaan loop, en dat kan van alles zijn, kan ik altijd mensen binnen de organisatie bellen. Als het nodig is, kan de coöperatie hier bovendien ook in bemiddelen.” Ron: “Simpel gezegd, als Jos bij ons een bepaalde vraag neerlegt over zijn bedrijfsvoering, kunnen wij hem eenvoudig in contact brengen met gelijksoortige praktijken. Leden kunnen elkaar altijd helpen en dat kan zowel onderling als via de coöperatie. We proberen ook zoveel mogelijk cijfers beschikbaar te stellen. Wat een bedrijf als ParaBench met benchmarken doet voor de hele markt, doen wij met gelijksoortige fysiotherapiepraktijken binnen het netwerk.”


Jeroen beaamt de voordelen die je als groep kunt bereiken. “Als individu kun je tegen veel problemen aanlopen en vaak speelt ook het kostenplaatje een belangrijke rol. Bij wijkverpleegkundigen zag je bijvoorbeeld een probleem bij de nascholing die verplicht is voor de BIG-registratie. Een congresbezoek kost al snel honderden euro’s. Nu kopen veel mensen dit collectief vanuit een coöperatie in. Dat scheelt gigantisch. Zoiets kan in de fysiotherapie ook.” Jos kan zich hier helemaal in vinden en geeft een praktijkvoorbeeld: “Net als iedereen moesten wij in ons zorgcentrum de communicatie opnieuw inrichten. In een grote praktijk is dit ingewikkelder dan normaal, en omdat er in Soest veel nieuwe samenwerkingsverbanden op de markt kwamen, gericht op de vernieuwde lokale en wijkgerichte zorg, was er veel te doen op dit gebied. Vanuit het netwerk van Het Gezonde Net konden we een aangepaste cursus Communicatie, speciaal gericht op de zorgverlener, volgen, waarna het communicatieplan voor komend jaar direct klaar was. Dat is uiteraard heel prettig!”

Regiobijeenkomsten
Om te weten wat er leeft onder de leden worden vanuit Het Gezonde Net minimaal drie regiobijeenkomsten per jaar georganiseerd. Deze bijeenkomsten zijn er vooral op gericht om te kijken wat er leeft onder de leden. Ze wisselen onderling informatie en kennis uit, maar ook (als mede-eigenaar van de coöperatie) wordt tijdens deze bijeenkomsten de koers van de coöperatie bepaald. Vaak komen uit deze bijeenkomsten ook de onderwerpen van opleidingen, masterclasses en workshops. Vorige jaar bleek onder de leden de behoefte te bestaan voor een WMO-opleiding. Het Gezonde Net gaat daar dan direct mee aan de slag. Deze opleiding wordt dan ook dit jaar al aangeboden. Ron: “Wat de leden eveneens aanspreekt is dat we bij de opleidingen gebruik maken van het ‘action learning’ principe. Deelnemende praktijken krijgen aan het eind een kant en klaar programma of implementatieplan en het geleerde is vaak al (gedeeltelijk) geïmplementeerd in de dagelijkse bedrijfsvoering. Verder schrijven we voor de leden in samenspraak met de wensen van verzekeraars ook nieuwe zorgproducten, of kopen die in. Daarnaast bieden we de leden preventieve diensten aan zoals bv Join(t) Care; een evidence based test programma en een trainingsprogramma ter preventie van knieklachten.”

 

'Dán ben je commercieel bezig.

Dát is ondernemen!'
 

Op dit moment zijn er 50 fysiotherapiepraktijken aangesloten bij Het Gezonde Net. Aan het lidmaatschap zijn een aantal restricties gebonden. De rechtsvorm maakt in principe niet uit, maar een praktijk moet wel minimaal drie fysiotherapeuten in dienst hebben en onder andere over een oefenzaal beschikken. Hierdoor zijn ZZP’ers uitgesloten van lidmaatschap bij deze coöperatie. Hoewel HGN al tot de grotere netwerken behoort is het streven om te groeien naar 80 tot 100 aangesloten praktijken. Er zijn in Nederland verschillende zorgcoöperaties actief. Waar sommigen zich alleen richten op vakinhoudelijke samenwerking, is organisatorische begeleiding één van de speerpunten van HGN. Ron: “De komende tijd zullen we vooral laten zien waarom we zoveel meerwaarde kunnen bieden voor de leden.” Jos: “En die meerwaarde zit in mijn ogen vooral in de begeleiding die de coöperatie biedt. Wat Ron noemt is in mijn ogen zeer belangrijk. Daar is de meeste behoefte aan.” Jeroen: “Ook de genoemde groei is belangrijk. Meer leden is goed voor je status als coöperatie en hoe groter je bent, des te meer invloed je kunt uitoefenen. Bovendien haal je met nieuwe leden nog meer kennis in huis. ”

Wat levert een lidmaatschap financieel op?
Jos: “Wat je in geld uit kunt drukken is primair de besparing op je inkoop. Zaken als ICT, een nieuwe website, als je dat collectief kunt doen, scheelt dat in de kosten. Daarbij zijn de meeste leden PLUS-praktijken dus dan kun je sowieso een hoger tarief rekenen. Outcome indicatoren worden bij ons steeds belangrijker en als we steeds meer dezelfde coderingen gaan gebruiken hebben we bij de zorginkoop straks ook een tastbaar overzicht van resultaten tegenover dat van de zorgverzekeraars, dat bij elke zorgverzekeraar verschillend is en waarvan de herkomst vaak niet duidelijk is voor ons. Dat willen zij zelf overigens ook wel.” Jeroen: “De zorgverzekeraars willen ook graag van die enorme administratie af!” Ron geeft aan dat hier heel wat bij komt kijken. “Op korte termijn zullen we zelf nieuwe producten moeten ontwikkelen.” Jeroen: “Als je de zorgverzekeraars voordelen kunt bieden, zijn er ook andere tarieven mogelijk.”

Coöperaties op alle niveaus
Coöperaties of soortgelijke samenwerkingsverbanden zijn er overigens niet alleen op landelijk niveau.. Jos: “Bij ons in Soest heb ik een mooi voorbeeld. Onlangs werd Elzis (Eerste Lijn Zorg in Soest) opgericht, een samenwerkingsverband waar de huisartsen een dominante rol namen. Om enig tegenwicht te bieden hebben we als eerste lijns zorgverleners samenwerking gezocht met alle paramedici in Soest. Samen kunnen we bijvoorbeeld bepalen welke producten we aandragen bij Elzis. Op deze manier, ook als coöperatie, kunnen we onderling beter samenwerken, ons profileren binnen de gemeente Soest en hebben we direct meer toenadering bij huisartsen, de gemeente en de diverse zorgpartijen. We gaan bijvoorbeeld een app laten ontwikkelen waarop alle zorgverleners met hun producten makkelijker te vinden zijn.” Jeroen prijst dit soort ontwikkelingen: “Dán ben je commercieel bezig. Dát is ondernemen!” Ron geeft aan dat dit soort initiatieven vaker voorkomen. Praktijken geven aan om eerst eens samen te gaan zitten, op lokaal of regionaal niveau.



Tot slot vragen we de heren om nog even kort samen te vatten waarom de ondernemende fysiotherapeut zich aan zou moeten sluiten bij een coöperatie.
Jos: “Verenigd in een netwerk sta je als praktijkorganisatie sterker dan als solopraktijk.”
Ron: “Voor ons geldt dat een coöperatie ons de beste structuur biedt. We zien elke 6 tot 8 weken aangesloten praktijken en weten dus precies wat er speelt. Hier maken we samen met de praktijken beleid op. We staan als coöperatie zeer dicht bij onze leden. Sterker nog, zij bepalen zelf welke koers we varen.”
Jeroen: “Je hebt elkaar nodig. Samen ben je eenvoudigweg sterker dan alleen. Lid worden van een coöperatie is bovendien eenvoudig en in principe mogelijk voor elke rechtspersoon.”

 


 

Kom ook naar de informatiebijeenkomsten van Het Gezonde Net over hun zorgcoöoperatie en word een jaar lang aspirant lid. Meer info: klik hier >>

 


 

Het Gezonde Net
is een coöperatie van fysiotherapiepraktijken. Deelnemende praktijken (momenteel zo’n 50 praktijken) zijn 100% eigenaar van de coöperatie (aandeelhouder). Zij zien de noodzaak om naast inhoudelijke groei, ook bedrijfsmatig door te ontwikkelen om daarmee klaar te zijn voor de toekomst.  Daarbij nemen ze zelf de regie, innoveren en ondernemen met daadkracht.

De Centrale Organisatie biedt daarin ondersteuning bij ontwikkeling, opleiding, implementatie en bij het benutten van nieuwe kansen in de markt.

 

De Coöperatie Expert
bestaat uit negen specialisten (ook verenigd in een coöperatie) die groepen helpen op het gebied van samenwerken en coöperaties. Zij zoeken de juiste coöperatie voor elk initiatief, leveren persoonlijk advies en bieden hulp bij de statuten en snelle oprichting bij de notaris. Ze zijn actief betrokken in verschillende commerciële en maatschappelijke initiatieven en werken o.a. voor ondernemers, zorgverleners, duurzame energie, gebiedsontwikkeling en voor het bevorderen van participatie.
 

Fysiotherapie Soestdijk
uit Soest is opgericht in 1976. Van een duopraktijk werd de praktijk snel uitgebreid naar 7 fysiotherapeuten. Verhuizing naar een grotere locatie was daarom noodzakelijk. Sinds 1991 is de praktijk gevestigd in een voormalig schoolgebouw waar zich ook oefen- en trainingsruimtes bevinden. Momenteel bestaat de Plus- en Topzorgpraktijk uit een team van 16 fysiotherapeuten, ondersteund door 4 administratief medewerkers. Tevens is er nog een dependance in het Zorgplein Soest en een sublocatie bij Beweging 3.0 Woonzorgcentrum Mariënburg.