6 april 2016 | Tekst: Lidwien van Loon | www.movemens.nl
 

"Het roer moet om"

‘Gaan voor goud’ hangt er aan de muur van de ontvangstruimte van Medicort in Utrecht. Dat is praktijkhouder Rob Tamminga op het lijf geschreven maar tegen welke prijs? “Met een tarief van gemiddeld € 30 wordt innoveren onmogelijk. We hebben minimaal € 35 per behandeling nodig, we leggen dus telkens geld bij. En toch doen we het!” Gelooft Tamminga tegen beter weten in nog steeds in het vak van fysiotherapie?

Hij windt er geen doekjes om: “We hebben veel geïnvesteerd in de kwaliteit van de fysiotherapie, en dat moet erkend en terugverdiend worden. Alle praktijken die meer doen dan gemiddeld, hebben het momenteel zwaar. We innoveren graag en investeren dan ook veel, maar dat is met het huidige tarief niet meer vol te houden. De kwaliteit in ons vak is mede door de schaalvergroting in onze markt flink verbeterd. Daardoor ontstaat er ruimte om bijvoorbeeld een kwaliteitsfunctionaris in dienst te nemen en een hoogwaardig EPD in gebruik te nemen.”

 

Kwaliteit bewaken

“Grote praktijken hebben daardoor ook veel vaste lasten”, gaat Tamminga verder. “Denk aan een pand, personeel en ICT. Met alleen internet kun je tegenwoordig niet meer volstaan. EPD’s moeten beveiligd zijn, over verschillende locaties heen. We hebben extra overhead om aan alle kwaliteitseisen te voldoen. Je ziet nu veel 1-pitters de markt betreden, die hebben deze hoge kosten niet en kunnen zich volledig op hun patiënten richten. Ik begrijp die ontwikkeling maar vind dat we ervoor moeten waken dat we daarmee de kwaliteit niet uit het oog verliezen.”
Kwaliteit is voor Tamminga de motor achter zijn dagelijks handelen. Daarin legt hij de lat hoog; hij laat zich afrekenen op geobjectiveerde behandelresultaten waarmee hij de doelmatigheid van zijn handelen onderbouwt. “Ik heb de ambitie om transparant te zijn over het effect van behandelingen. Dus laat ik me certificeren, ik ga niet voor snel gewin. Door als beroepsgroep de kwaliteit naar ons toe te trekken ontwikkelen we een zelfreinigend vermogen ten gunste van gecertificeerde praktijken die veel in kwaliteit investeren. Daartoe kunnen we een voorbeeld nemen aan de huisartsen en medisch specialisten die hun kwaliteitsbeleid zelf hebben geïnitieerd.”
 

Verleiding spreekkamerwerkelijkheid

Tamminga heeft een uitgesproken mening.  Zo stelt hij dat de beroepsgroep een goed kwaliteitsbeleid moet voeren door aan de poort van de praktijk patiënten te selecteren. “Het mooie is dat patiënten dit ook willen”, zegt hij. “Ze willen behandeld worden door een fysiotherapeut die als specialist gecertificeerd is in hun specifieke aandoening. Daarvoor moet je als fysiotherapeut het handelen inzichtelijk maken: door objectief te meten of je de beoogde behandeldoelen ook doelmatig en dus kosteneffectief haalt. Dit vraagt om data die onze meerwaarde aantonen. Dus moeten we meten, aan de poort selecteren en tussentijds blijven meten aan de hand van een behandelprotocol.”
Uit onderzoek onder duizend kruisbandpatiënten blijkt dat men vanuit een gecertificeerd netwerk effectiever werkt (Acta Orthopaedica 2009;80(5):563-567). Tamminga: “Werken vanuit een bepaald protocol bij een bepaalde aandoening met een bepaalde inclusie levert betere resultaten op en meer patiënttevredenheid. Dit hebben we aangetoond met OrthoNet-CQC. Natuurlijk is het verleidelijk om uit te gaan van de spreekkamerwerkelijkheid. Patiënten lijken meestal tevreden waardoor je als fysiotherapeut het idee zou kunnen krijgen dat je het goed doet. Maar blijkt de kwaliteit van je handelen ook uit de cijfers? Kun je met objectieve meetresultaten laten zien dat de patiënt ook daadwerkelijk verbeterd is, en doe je het dan beter dan je collega’s? Als je aan de voor- en achterkant van het behandeltraject ‘milestones’ zet, kun je objectief vaststellen of een patiënt verbeterd is. Op deze manier kunnen we als beroepsgroep de kwaliteitsslag winnen en onze kwaliteit transparant maken.”
 

‘We kunnen alleen ons domein bewaken als
middelmaat niet meer telt’


 
 

 

‘Wees kritisch naar je eigen handelen en vergelijk je kwaliteit met die van je collega’s. Ga dus benchmarken’

 

Belang objectieve data

Tamminga is ervan overtuigd dat je alleen met objectieve data kunt verantwoorden wat werkelijk het resultaat van een behandeling is. De verantwoording heeft hij niet alleen naar zijn patiënten maar ook naar zijn eigen handelen. Als de beroepsgroep transparant kan zijn over de doelmatigheid van interventies, dan pas zijn verzekeraars en patiënten bereid iets extra’s te betalen.
Zijn gedrevenheid ligt in transparante doelstellingen. “We investeren in Medicort al jaren in het meten van onze kwaliteit en daarmee het transparant maken van die kwaliteit. We gaan pas behandelen als we milestones hebben gezet. Vanaf zo’n milestone zetten we een behandeling uit die vervolgens wordt geëffectueerd. Dankzij Paul Helders, een bevlogen kinderfysiotherapeut en onze eerste hoogleraar fysiotherapie, is deze behandelstrategie in het verleden bij de kinderfysiotherapie goed van de grond gekomen. Dat mag wat mij betreft best breder in de beroepsgroep gemeengoed worden omdat werken met milestones de enige manier is om de kwaliteit van de geboden fysiotherapie bij veel aandoeningen, blessures en operaties de boventoon te laten voeren. En daarvoor zijn objectieve metingen van het grootste belang.”

 

Onderbouwing afwijkende gemiddelden

Hij kan het niet genoeg benadrukken: “Meet behandelresultaten en objectiveer je handelen, daarvan is de toekomst van ons vak afhankelijk. Dat wil overigens niet zeggen het behandelgemiddelde naar beneden gaat. Dat ligt immers aan de complexiteit van de aandoeningen waarmee patiënten naar je toe komen. Zo hadden we laatst een discussie met een zorgverzekeraar omdat onze behandelgemiddelden afweken van het landelijk gemiddelde. Ik kon vanuit mijn systeem meteen aantonen dat we 40% aan complicaties zien.”
Tamminga legt uit dat hij afwijkende gemiddelden kan verantwoorden dankzij de extractie van relevante data uit OrthoNet-CQC. “Zo’n afwijking blijkt niet uit de algemene diagnosecode. In OrthoNet-CQC differentiëren we echter naar indicatiegebied, bijvoorbeeld code 7004 knieoperatie van ligamenten. We registeren of het om één ligament gaat of meer, of in combinatie met kraakbeenletsel, en of een patiënt voor de eerste keer geopereerd wordt of voor een tweede, derde of zelfs vierde keer. Hiermee onderbouwen we het aantal behandelingen en maken we onze kwaliteit transparant. Ik registreer niet alleen mijn handelen maar ik kan meteen mijn resultaten vergelijken met die van collega’s. Zo heb ik inzicht in de doelmatigheid van mijn handelen.”

 

‘Het huidige tarief is voor geen enkele praktijk toereikend. Daarom pleit ik voor samenwerking tussen gelijkgestemde praktijken’

 

Positioneren als expert

Tamminga loopt al een tijd mee in het vak. Toch is zijn ambitie er niet minder om geworden. En zijn blik niet minder scherp. Zo ziet hij dat er aan alle kanten aan het competentieprofiel van de fysiotherapeut wordt getrokken: fitnessinstructeurs, docenten lichamelijke opvoeding, inspanningsfysiologen, bewegingswetenschappers, ‘dedicated’ verpleegkundigen en ‘physician assistants’ verschaffen zich ongevraagd toegang tot het domein van de fysiotherapeut.
“Dat moeten we niet laten gebeuren. We kunnen ons domein alleen bewaken als we ons als expert positioneren in onder meer de revalidatie van orthopedische klachten. Als we middelmaat niet meer laten meetellen. Als we laten zien dat we als fysiotherapeut meewerken aan een goed herstel, ook bij complicaties, door transparant te zijn over onze behandelresultaten. Dan worden we erkend als expert. Middelmaat maakt zo geen kans, scoren bij ‘low care’ patiënten is immers geen uitdaging. Daarom moeten we aan de voorkant van het zorgproces patiënten gaan indelen. Zodat elke patiënt precies krijgt wat gezien zijn klacht de beste aanpak is. Daar moeten we naartoe!”

 

Zelfreinigend vermogen

Zicht op de inclusie van patiënten betekent investeren aan de voorkant van het zorgtraject. Daar is Tamminga helder in. “Dat kost geld, en leidt aanvankelijk misschien tot een omzetdaling omdat de meeste patiënten niet zoveel behandeld hoeven te worden. Daar moet je patiënten over informeren, dus dat doelmatig handelen kan leiden tot betere en daardoor minder behandelingen. Zodat ze kritischer op zoek gaan naar de juiste fysiotherapeut. Daarin mag de beroepsgroep zich nog wel verder professionaliseren.”
Al voelen veel fysiotherapeuten de druk van externe auditeisen, volgens Tamminga liggen daar ook kansen. Hij geeft een voorbeeld. “Bij een evaluatie drie maanden na een schouderoperatie gaf de behandelend fysiotherapeut aan dat het eerste subdoel gehaald was: zijn patiënt kon pijnvrij een boterham smeren. Je begrijpt dus wel dat er dan nog veel te winnen is in onze beroepsgroep waarin je een ratjetoe aan interventies ziet zonder enige uniformiteit, waardoor vergelijkingen onmogelijk zijn. Draai dit om en werk geprotocolleerd aan de hand van ‘evidence based’ richtlijnen. Bouw milestones in zodat je objectief kunt vaststellen wat het behandelresultaat is en of je daarmee in lijn ligt van wat men van hoogwaardige fysiotherapie mag verwachten.”
Tamminga maakt zich hard voor benchmarks in de fysiotherapie. “Wees kritisch naar je eigen handelen en vergelijk je kwaliteit met die van je collega’s. Ga dus benchmarken. Dat zorgt voor een zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep. OrthoNet-CQC is een benchmark gebaseerd op orthopedische en daardoor fysiotherapeutische richtlijnen, dus goed onderbouwd aan de hand van stevige evidence voor orthopedische ingrepen. Voor de kruisband is de benchmark in OrthoNet-CQC op orde. Er wordt nu gewerkt aan een benchmark voor de schouder.”
 

‘Garantie geven op je behandeling
durf ik wel aan!’

 

Resultaten garanderen

Tamminga blikt vooruit. “De wildgroei aan niet-gecertificeerde praktijken gaat verdwijnen. Daar ben ik heilig van overtuigd. Ik verwacht dat verzekeraars per aandoening een beperkt aantal behandelingen gaan vergoeden. Daar moet je het voor kunnen doen. Als je doelmatig werkt met behulp van milestones en voldoet aan inclusiecriteria, dan kun je als fysiotherapeut garantie geven op het resultaat van je behandeling. Laten we als beroepsgroep onze kwaliteit transparant maken en ons daarop laten afrekenen. Dan stellen we de kwaliteit binnen ons vak veilig.”
Tamminga sluit af met een heldere visie. “Nederland is toe aan een landelijk dekkend en hoogwaardig netwerk van expert-fysiotherapiepraktijken. Verenigd in samenwerkingsverbanden rondom bepaalde pathologie. Zo heeft OrthoNet-CQC al afspraken gemaakt met Zilveren Kruis, Achmea en Multizorg over kwaliteitstrajecten op basis van ‘return-on-investment’ en ‘shared savings’ als verdienmodel. Andere zorgverzekeraars volgen waarschijnlijk nog dit jaar.”
“Het huidige tarief is voor geen enkele praktijk toereikend. Daarom pleit ik voor samenwerking tussen gelijkgestemde praktijken die delen in overhead en test- en meetcentra. Dan is er aan de kostenkant winst te maken. Het roer moet om, het huidige model is aan het kapseizen. Dat merken alle spelers in de zorg, ook softwareontwikkelaars als Convenient. Nu Convenient als bouwer van de ICT ook aandeelhouder geworden is van OrthoNet-CQC, is de ICT duurzaam geborgd. Ook hiervoor geldt: geen snel gewin maar garantie op kwaliteit. Gaan voor goud!”