11 december 2015 | Tekst: Martijn Plantinga  en Kris Ubink | Beeld: Intramed |  www.movemens.nl


Met benchmarken voor de paramedische sector kunnen we op grote schaal prestaties en cijfers vergelijken van grote groepen ondernemers en praktijken. In dit artikel blikken we aan de hand van de meest recente cijfers met enkele grafieken terug op de afgelopen jaren tot 2015.

 

ParaBench is er 100% voor en door de fysiotherapiepraktijken. Met deze cijfers kunnen we de markt in kaart brengen en op grote schaal prestaties vergelijken. Deze cijfers worden NOOIT gedeeld met zorgverzekeraars. We willen met ParaBench meer inzicht geven in hoe een praktijk scoort, ook t.o.v. andere praktijken. Hoe meer aangesloten praktijken (op dit moment bijna 550), hoe beter het beeld dat we u kunnen schetsen. Totaal gaat het om 467.905 patiënten en 557.082 klachten in 2014 en 292.540 patiënten / 335.494 klachten in 2015. Intramed PLUS gebruikers kunnen zelfs gratis gebruik maken van ParaBench.

 

Bij de verdeling naar geslacht (figuur 1) zien we dat beide percentages redelijk constant zijn, al zien we dat de populatie vrouwen de afgelopen jaren licht blijft stijgen, terwijl het aantal mannelijke patiënten juist af blijft nemen.
 

Figuur 1: verdeling man / vrouw over de jaren


Wat echter het meest opvalt is het relatief grote verschil van ruim 10% (cijfers van afgelopen jaar). Waarom krijgt de gemiddelde fysiotherapiepraktijk meer vrouwen dan mannen binnen? Wellicht is het tijd om hier eens onderzoek naar te doen.
 

Figuur 2: verdeling man / vrouw in leeftijden
 

Als we naar de leeftijden kijken (grafiek 2), dan zien we dat dit geldt voor elke leeftijdsgroep, met uitzondering van de leeftijdsgroep 0-18. Hier bezoeken gemiddeld iets meer mannen (4,8%) dan vrouwen (4,1%) de fysiotherapeut. In de leeftijdsgroep 40-49 is het verschil met 2,2% het grootst.

Daling behandelgemiddelde zorgelijk
Bij de ontwikkeling van het behandelgemiddelde tussen 2012 en 2015 (figuur 3) zien we dat dit gemiddelde bij zowel chronisch als niet chronisch daalt. De enige uitschieter is de sterke stijging van de chronische patiënten in 2012. Ook in de cijfers van 2015 is alweer een daling te zien.

 

Figuur 3: ontwikkeling behandelgemiddelden
 

De daling van het behandelgemiddelde is verklaarbaar en tegelijkertijd zorgelijk. Verkeringen met onbeperkte dekking behoren tot het verleden en pakketten met aanvullende dekking zijn er steeds minder. Zorgverzekeraars sturen meer en meer op behandelgemiddelden en diverse verzekeraars werken met een behandelindex. Hierdoor daalt weliswaar het behandelgemiddelde, maar de vraag is welke consequenties dit heeft. Stel dat de behandelindex op 11,0 is gesteld en een praktijk scoort 12,0 in een jaar. Een praktijkeigenaar wil hier niet op afgerekend worden en zal zijn uiterste best doen om het behandelgemiddelde het volgende jaar op 11 te krijgen. De praktijkvoering wordt hierdoor een stuk lastiger en dit werkt zeker niet stimulerend zoals wel eens geschetst wordt. Het gedrag verandert wel, maar heeft het ook effect? De vraag is of de zorg optimaal blijft. Daarbij: Als iedereen zich conformeert aan de behandelindex, bestaat de kans dat deze de jaren erop nog lager gesteld gaat worden. Tot slot is in de grafiek te zien dat het behandelgemiddelde bij chronische patiënten wat harder daalt dan bij niet chronische patiënten.

Meer zittingen door vergrijzing
Bekijken we de leeftijdsverhouding bij niet chronische patiënten (figuur 4 en 5), dan vallen een paar zaken op. We zien dat de patiënten die de fysiotherapiepraktijk bezoeken, steeds ouder worden.



 

Figuur 4: Leeftijdsverdeling niet chronisch MAN


Figuur 5: Leeftijdsverdeling niet chronisch VROUW


Bij de mannen zien we een sterke groei vanaf de leeftijd 70-79 en bij de vrouwen zelfs al eerder (60-69). Mensen worden steeds ouder en mede door deze vergrijzing neemt ook de zorgvraag toe op latere leeftijd. Dit zelfde beeld is overigens te zien bij patiënten met chronische klachten. Als we kijken naar de toekomst, zet deze trend zich door. Wanneer we de zorgvraag voor 65+ ers met meerdere klachten in 2010 op 100 zouden stellen, is de verwachting voor 2030 dat dit stijgt tot maar liefst 180! Een deel van deze extra zorgvraag komt zeker bij de fysiotherapeut te liggen.
 

 

Meer info: