23 september 2015 | Tekst: Martijn Plantinga  en Kris Ubink | Beeld: Intramed |  www.movemens.nl


Met benchmarken voor de paramedische sector kunnen we op grote schaal prestaties en cijfers vergelijken van grote groepen ondernemers en praktijken. In deze uitgave van MoveMens blikken we aan de hand van de meest recente cijfers met enkele grafieken terug op 2014 en kijken we vast vooruit naar 2015. ParaBench is er 100% voor en door de fysiotherapiepraktijken. Met deze cijfers kunnen we de markt in kaart brengen en op grote schaal prestaties vergelijken. Deze cijfers worden NOOIT gedeeld met zorgverzekeraars. We willen met ParaBench meer inzicht geven in hoe een praktijk scoort, ook t.o.v. andere praktijken. Hoe meer aangesloten praktijken (op dit moment ruim 500), hoe beter het beeld dat we u kunnen schetsen. Totaal gaat het om 462.613 patiënten en 550.625 klachten (cijfers van 2014). Intramed PLUS gebruikers kunnen zelfs gratis gebruik maken van ParaBench.

 

In figuur 1 zien we de ontwikkeling van het aantal patiënten in verschillende jaren tot en met 2014.

1. Ontwikkeling aantal patiënten

In absolute zin zien we dat het totaal aantal patiënten is toegenomen. Dat is positief. Wat echter opvalt is dat deze stijging bij een beperkt aantal praktijken terechtkomt. In het afgelopen jaar zien we bijvoorbeeld dat er veel praktijken zijn, die een daling van het aantal patiënten heeft van maar liefst 10% of meer. Daar tegenover staat dat maar liefst 40% van de praktijken een stijging laat zien van meer dan 10%. Hoeveel bedrijven in andere branches kunnen dat zeggen? Wel moet worden vermeld dat er per jaar grote verschillen kunnen optreden. De grote fluctuaties zien we vooral bij de wat kleinere praktijken. De grotere praktijken lijken op dat vlak wat stabieler. 

 

In figuur 2 zien we de ontwikkeling van het aantal zittingen tussen de jaren.

2. Ontwikkeling aantal zittingen

27% van de praktijken zag afgelopen jaar het aantal zittingen met meer dan 10% stijgen. Grote dalingen zijn er ook: liefst 34% heeft te maken met een daling van het aantal zittingen dat groter is dan 10%. Omdat het totaal aantal patiënten is gestegen en het aantal zittingen minder hard is gestegen, lijkt het erop dat er minder behandelingen per persoon zijn gegeven. Dit kan verklaard worden door het feit dat de zorgverzekeraars de kosten per patiënt omlaag willen brengen.  

 

Figuur 3 toont het verloop van het aantal zittingen tussen de jaren, waarbij 2012, 2013 en 2014 in het geheel zijn opgenomen.

3. Verloop aantal zittingen

Van 2015 zijn bovendien de eerste halfjaarcijfers meegenomen. Waar 2014 nog een lichte stijging was te zien, staan we in 2015 voorlopig nog in de min. De verwachting voor het laatste half jaar is dat dit aantal redelijk dichtbij 0 zal eindigen. De afgelopen jaren was er steeds sprake van een behoorlijke groei in het aantal zittingen. 

 

Figuren 4 en 5 geven respectievelijk de top 12 van de verwijsdiagnosecodes van patiënten en zittingen weer, naar verhouding van de totale instroom.

4. Top 12 verwijsdiagnosecodes patiënten

5. Top 12 verwijsdiagnosecodes zittingen  

Wat opvalt is dat de nummer 12 bij de patiënten, code 2554 (COPD), 1,5% van het totaal bedraagt. Kijken we naar figuur 5, dan zien we dat COPD met 6% op nummer 1 staat bij het aantal zittingen. Ook bij code 9072 (waaronder o.a. CVA en hartproblemen vallen) en Parkinson (9374) zien we soortgelijke afwijkingen tussen het verloop van het aantal patiënten en het aantal zittingen. Hoe kunnen we dit verklaren? De verzekeraars stellen steeds strengere eisen aan het hanteren van de juiste diagnosecodes. Zijn er daadwerkelijk meer patiënten bijgekomen met bepaalde chronische aandoeningen? Of zijn de fysiotherapiepraktijken beter gaan registreren? Het lijkt in ieder geval geen toeval te zijn. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat de vergoedingen van de zorgverzekeraars grote invloed hebben op de cijfers van de praktijk. Voor Gerard Boschman van Intramed en ParaBench is dit ook het bewijs dat het huidige diagnosecodesysteem niet meer voldoet. “Door andere eisen te stellen aan de vergoedingen, ontstaan er verschillen in de aantallen patiënten en zittingen per diagnosecode. De basisgegevens worden hierdoor minder betrouwbaar, want de oorzaken zijn niet bekend. Het is dus ook lastiger om trends uit de cijfers te halen. Er zou meer eenduidigheid moeten komen in hoe de patiënt bij de fysio wordt geregistreerd.”

 

 

Meer info: