27 oktober 2017 | Tekst: Maarten Bijma | Beeld: Stock (foto) Andre Dietman
Download het artikel in pdf >>

 

Het metabool syndroom, een sluipend proces met grote gezondheidsrisico’s

 

De gevolgen van welvaartsziekten zijn in de praktijk op vele manieren zichtbaar. Overgewicht is daar de meest herkenbare van. Overgewicht gaat vaak op een bijna ongemerkte manier samen met hoge bloeddruk, slechte cholesterolwaarden en een verstoorde bloedsuikerspiegel. In medische termen noemen we dat het metabool syndroom. Dit metabool syndroom staat eigenlijk voor een hele serie aan gezondheidsklachten die nauw verband met elkaar houden. Het syndroom ontstaat voornamelijk door de combinatie van ongezond eten en weinig bewegen. 

 

Het metabool syndroom is een cluster van stofwisselingsproblemen. Het syndroom komt eigenlijk heel vaak voor: bij liefst 34% van de mannen en bij 24% van de vrouwen, aldus cijfers van het RIVM. Het grote gevaar is dat wanneer dit lang aanhoudt of verstoord genoeg is, het kan leiden tot welvaartsziekten zoals Diabetes Type II, hart- en vaatziekten, Alzheimer en kanker. Steeds vaker zie je dat fysiotherapeuten ook bloeddruk, glucose, cholesterol en buikomvang meten. Daarmee kun je ook als fysiotherapeut sterke aanwijzingen vinden voor het metabool syndroom, dat soms aanwezig is zonder dat het zich direct uit in een duidelijk herkenbare ziekte.

Het gevaar van het metabool syndroom is het sluipende proces van gewichtstoename en afnemende conditie. Die brengen samen als een paard van Troje nieuwe risico’s met zich mee. Terwijl het metabolisme (de stofwisseling) verslechtert, ontvouwt zich langzaam maar zeker een reeks van gezondheidsproblemen (het syndroom). Behalve overgewicht zijn dat een verhoogde bloeddruk, een hoge bloedsuikerspiegel en slechtere cholesterolwaarden.

 

De factor die het succes bepaalt
is niet de mate van kennis over voeding,
maar de kunst om mensen te motiveren
naar een gezonde leefstijl

 

Buikomvang makkelijk herkenbaar

Er is een officiële lijst van symptomen die bepalen of er sprake is van een metabool syndroom (zie kader) maar volgens de regulier geldende normen is al sprake van het syndroom als de bloedwaarden verslechterd zijn en de buikomvang boven de 94 centimeter komt, gemeten ter hoogte van de navel. Bij vrouwen ligt de grens bij een buikomvang van 80 centimeter. De combinatie van slechte bloedwaarden en overgewicht verhoogt de kans op het krijgen van diabetes type 2 aanzienlijk en ook het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten is groter.

Doordat een grote buikomvang één van de belangrijke kenmerken is van het metabool syndroom, wordt vaak als eerste gekeken naar mensen met overgewicht en/of een hoog vetpercentage. Dit is echter niet altijd terecht, want ook bij slanke mensen komt het metabool syndroom zeer regelmatig voor. Het kan voorkomen dat iemand een buikomvang heeft die binnen de norm ligt, maar dat er teveel visceraal vet aanwezig is. En juist dit vet heeft een zeer slechte invloed op de hormoonregulatie. We noemen deze groep ook wel TOFI’s (Thin Outside, Fat Inside). Dat overgewicht een belangrijke oorzaak voor ziekten is, en dat dit vooral komt door een combinatie van teveel en ongebalanceerde voeding met te weinig lichaamsbeweging, was al langer bekend.

Maar nu blijkt dat buikvet nog sterker de kans op hart- en vaatziekten kan voorspellen dan overgewicht op zich. Een taillemeting heeft zelfs een betere voorspellende waarde dan iemand zijn BMI.

 

 

 

 

Risicofactoren

Er zijn een aantal risicofactoren bekend die de kans op het metabool syndroom verhogen. Allereerst natuurlijk het dieet. Vooral producten met een hoge Glycemische index zoals suiker, snoep, witte rijst en bier zorgen voor een verhoogd risico. Daarnaast vermoeden wetenschappers dat er ook een genetische oorzaak is. Zo is bij kinderen rond acht jaar al te voorspellen of het metabool syndroom in aanleg aanwezig is. Ouder worden, slecht slapen, een sedentaire leefstijl en excessief alcoholgebruik zijn de overige belangrijke risicofactoren. Naast de metingen die in het bereik liggen van de fysiotherapeut kunnen deze risicofactoren een extra aanwijzing geven op de aanwezigheid van het metabool syndroom. Deze factoren zijn niet alleen bepalend voor het ontstaan, maar ook het voortbestaan van het metabool syndroom. In therapeutische zin is het daarom zinvol om deze factoren mee te nemen in het therapeutisch plan.

 

 

 

 

Effecten van langdurig te hoge bloedsuiker

Een langdurig te hoge bloedsuikerspiegel heeft negatieve invloed op de kwaliteit van bindweefsel en vormt daarmee een risicofactor voor bijvoorbeeld de organen. Bij een verstoorde bloedsuikerspiegel kan de flexibiliteit van het bindweefstel afnemen, de kwaliteit van collageen en de werking van het immuunsysteem neemt af. Daarnaast kunnen effecten die geassocieerd worden met een Limited Joint Mobility aangetoond worden zoals: contractuur van Dupuytren, trigger finger, het carpaal tunnelsyndroom of een frozen shoulder.

 

Teveel en ongebalanceerde voeding
met te weinig lichaamsbeweging
is vooral de oorzaak

 

Veel aandoeningen die gerelateerd zijn aan pezen, spieren, kapsels, banden, etc. komen voor zonder duidelijk aanwijsbaar trauma. Daarmee wordt de hypothese dat het bindweefsel in kwaliteit is afgenomen aannemelijk. Bij deze groep is het dus zinvol om na te gaan of het metabool syndroom aanwezig is.

Bijzondere aandacht zou moeten uitgaan naar mensen met een frozen shoulder. Rond de 36% van de mensen met een frozen shoulder heeft ook diabetes, bij 71% is er sprake van het metabool syndroom (diabetes is overigens ook een metabool syndroom, alleen zodanig gevorderd dat er sprake is van een ‘officiële ziekte’). De incidentie van frozen shoulder bij diabetes is 19% . Niet alleen de prognose is slechter bij deze groep, maar uit vroege resultaten lijkt een aanpak van het metabool syndroom ook in therapeutische zin een positief effect te hebben.

 

Meer info:

 

 

 

 

TOFI

Omdat een grote buikomvang een van de kenmerken is van het metabool syndroom, wordt vaak als eerst gekeken naar mensen met overgewicht en/ of een hoog vetpercentage. Toch is dit onterecht, ook bij slanke mensen komt het metabool syndroom zeer regelmatig voor. Bij mensen met een buikomvang die binnen de normen valt kan er teveel visceraal vet aanwezig zijn. Juist dit viscerale vet heeft een funeste invloed op de hormoonregulatie. Deze groep mensen worden ook wel TOFI’s genoemd; Thin Outside. Fat Inside.

Op deze dwarsdoorsnede zijn 2 personen te zien met dezelfde buikomvang. Toch is er een duidelijk verschil te zien in de hoeveelheid visceraal vet. Bij de rechter persoon is veel meer orgaanvet te zien. Alhoewel de linker persoon een flinke vetlaag heeft, is dit vooral aan de buitenkant te vinden. Niet alleen de hoeveelheid vet is opvallend, maar ook het verschil in spierontwikkeling en vet in de spieren. Deze vervetting komt bijvoorbeeld veel voor bij mensen met langdurige lage rug- en nekpijn. Samengevat zou je kunnen stellen dat de linker persoon vet en fit is en de rechter vet en niet fit is.